- 1 -

MOTOCROSS EN TECHNISCHREGLEMENT 2005

KNMV

Zijpendaalseweg 1

Postbus 650

6800 AR ARNHEM

Tel. KNMV-Algemeen: (026) 352 85 10

Tel. KNMV-Sport: (026) 352 85 15

Fax: (026) 352 85 22

Internet: www.knmv.nl

E-mail: sport@knmv.nl

Wijzigingen en/of aanvullingen ten opzichte van het Motocross en

Technisch Reglement Motocross 2004 zijn vet en cursief afgedrukt.

Hiermee komen alle voorgaande edities te vervallen.

- 2 -

- 3 -

I N H O U D S O P G A V E blz.

1 DEFINITIE VAN MOTOCROSS 5

2 MACHINES, KLASSEN EN LICENTIES 5

3 KLASSEN-INDELING 5

3.01 Jeugdklassen 5

3.02 Regioklassen 5

3.03 Nationale klassen 6

3.04 Klassen Inters 6

4 OFFICIËLE SIGNALEN EN TEKENS 6

5 INFORMATIE 7

6 REISVERGOEDING EN PRIJZENSCHEMA'S 7

7 TRAINING 7

7.01 Machines tijdens de training 7

7.02 Transponders 7

8 START 8

8.01 Startprocedure 8

8.02 Valse starts 8

9 WEDSTRIJD 9

9.01 Wedstrijdtijd 9

9.02 Keuze van de machine 9

9.03 Wisselen van zijspanpassagier 9

9.04 Het stoppen van een wedstrijd 9

9.04.01 Veiligheid en milieu 9

9.05 Hulp van buitenaf / afsnijden van de baan 9

9.06 Rennerskwartier 9

9.07 Opstelruimte 10

9.08 Aangeef- en reparatieruimte 10

9.09 Rijdersvoorstelling, huldiging 10

9.10 Technische controle 10

9.11 Protesten 10

9.12 Aansprakelijkheid 10

10 RESULTATEN/KLASSERINGEN 11

10.01 Dagklassement 11

10.02 Gelijke eindstand 11

10.03 Deelname in één klasse 11

11 COMPETITIES 12

11.01 Competitie jeugd en regio 12

11.01.01 Wedstrijden voorcompetitie 12

11.01.02 Rijtijden voorcompetitie 12

11.01.03 Puntentelling voorcompetitie 12

11.01.04 Startopstelling voorcompetitie 12

11.01.05 Wedstrijden Jeugdkampioenschap en Regiocup 12

11.01.06 Rijtijden Finalewedstrijden 13

11.01.07 Puntentelling Finalewedstrijden 13

11.01.08 Startopstelling Finalewedstrijden 13

11.01.09 Deelnemers Finalewedstrijden 13

11.01.10 Promotie Junioren

11.02 Competitie nationalen 13

11.02.01 Wedstrijden voor de KNMV Cup Nationalen 13

11.02.02 Rijtijden competities voor Nationalen 14

11.02.03 Puntentelling competities voor Nationalen 14

- 4 -

11.02.04 Startopstelling competities voor Nationalen 14

11.02.05 Deelname van Inters en buitenlandse rijders aan

wedstrijden voor Nationalen 15

11.02.06 Deelnemers Nationale competities 15

11.02.07 Promotie Nationalen 15

11.02.08 Competitie Zijspan Nationalen 15

11.03 Competitie inters 15

11.03.01 Wedstrijden voor het Open Nederlands Kampioenschap 15

11.03.02 Rijtijden Open Nederlands Kampioenschap 15

11.03.03 Puntentelling Open Nederlands Kampioenschap 15

11.03.04 Startopstelling Open Nederlands Kampioenschap 15

11.03.05 Training Open Nederlands Kampioenschap 15

11.03.06 Deelnemers Open Nederlands Kampioenschap 16

11.03.07 Allround Motocross Kampioenschap van Nederland

11.03.08 Klassen-wisseling Inters 17

11.03.09 Rijnummers Inters 17

11.03.10 Internationale startlicentiehouders (Inters) 17

11.03.11 Bijzondere competities 17

12 OVERIGE WEDSTRIJDEN 18

12.01 Wedstrijden voor Jeugd/Regio 18

12.01.01 Overige Wedstrijden Jeugd/Regio 18

12.01.02 Jeugd/Regioweekenden 18

12.01.03 Buitenlandse Jeugd/Regiowedstrijden 18

12.01.04 Bijzondere evenementen 18

12.02 Overige wedstrijden voor Nationalen 18

12.03 Overige wedstrijden voor Inters 18

12.03.01 Wedstrijden voor Inters MX1, MX2, MX3 en zijspannen 18

12.03.02 Wedstrijden voor Inters Open klasse 18

12.03.03 Internationale wedstrijden 18

12.03.04 Wedstrijden voor het Europees/Wereldkampioenschap 18

13 INSCHRIJVINGEN/INSCHRIJFGELD/VRIJE TOEGANG 18

13.01 Jeugd/Regio 18

13.02 Nationalen MX1, MX2, MX3 en zijspannen 19

13.03 Inters 19

14 DEELNAME AAN HET EUROPEES KAMPIOENSCHAP 19

15 DEELNAME AAN HET WERELDKAMPIOENSCHAP 19

16 DEELNAME AAN WEDSTRIJDEN IN HET BUITENLAND 20

17 FIM LICENTIES 20

18 TOESTEMMING EN VERZEKERING WEDSTRIJDEN IN HET BUITENLAND 20

19 DEELNAME AAN INTERNATIONALE WEDSTRIJDEN IN NEDERLAND 20

20 DEELNAME WEDSTRIJDEN VOOR INTERS EN EURO/NATIONALEN 20

21 SLOTBEPALINGEN 20

21.01Bevoegdheid wedstrijdleider 20

21.02 Bevoegdheid Motocross Commissie 20

- 5 -

1 DEFINITIE VAN MOTOCROSS

Motocross is een terreinwedstrijd op een circuit met hindernissen.

2 MACHINES, KLASSEN EN LICENTIES

De wedstrijden staan open voor machines zoals omschreven in het Technisch Reglement

Motocross; voor één of meerdere klassen Solomachines en voor de klasse Zijspannen.

Deelname aan deze wedstrijden is voorbehouden aan houders van een geldige startlicentie.

3 KLASSEN-INDELING

3.01 Jeugdklassen (Jeugdlicentie)

MX 50 cc Automaten (1) 5 t/m 7 jaar

MX 65 cc Kleine Wielen (2) 6 t/m 10 jaar

MX 65 cc Grote Wielen (3) 6 t/m 10 jaar

MX 85 cc Kleine Wielen (4) 10 t/m 15 jaar

MX 85 cc Grote Wielen (5) 12 t/m 16 jaar

MX2 (6) 14 t/m 18 jaar

Degenen die op 1 januari van het betreffende seizoen de leeftijd van 19 jaar nog niet

hebben bereikt kunnen een jeugdstartlicentie aanvragen. De maximum leeftijden in de

diverse klassen gelden per 1 januari. De minimum leeftijd gaat in op de verjaardag van de

deelnemer. Startlicentiehouders Jeugd kunnen niet tevens in een andere motocross klasse

een licentie aanvragen.

Aanvullende informatie t.a.v. groepsindeling e.d.: zie Art. 3.02.

3.02 Regioklassen (Regiolicentie)

MX2 2-takten boven 100 cc t/m 125 cc en 4-takten boven 175 cc t/m 250 cc

Leeftijd: vanaf 15 jaar

MX Open klasse 2-takten boven 125 cc t/m 500 cc en 4-takten boven 250 cc t/m 650 cc

Leeftijd: 2-takt t/m 250 cc vanaf 15 jaar, 2-takt boven 250 cc 16 jaar

Leeftijd: 4-takt t/m 450 cc vanaf 15 jaar, 4-takt boven 450 cc 16 jaar

Regio startlicentiehouders kunnen niet tevens een startlicentie voor Nationale motocross

ontvangen.

De navolgende rijders komen niet in aanmerking voor een Regio startlicentie:

a) rijders die de laatste 3 jaar in het bezit waren van een Internationale startlicentie,

b) rijders die in het voorgaande jaar in de Nationale competitie geëindigd zijn bij de

eerste 15.

c) rijders die in het voorgaande jaar in de eindstand van de Finalewedstrijden voor Junioren

geëindigd zijn bij de eerste vijf.

De groepsindeling voor Jeugd/Regiocross is als volgt:

Groep A: Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland, Overijssel.

Groep B: Zuid-Holland, Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg.

Licentiehouders uit Noord-Holland en Flevoland kunnen kiezen voor Groep A of B, tevens

kunnen rijders op eigen verzoek ingedeeld worden in een andere groep. Indien het aantal licentiehouders in een klasse dat noodzakelijk maakt kan de betreffende

groep een prestatie-gerichte indeling maken. De prestatie-gerichte indeling wordt door de

secretaris van de betreffende groep schriftelijk bevestigd.

- 6 -

Licentiehouders die in de eigen groep geen wedstrijd hebben, kunnen na toestemming van

de betreffende groepssecretaris deelnemen aan wedstrijden in de andere groep.

Deze zgn. gastrijders dienen - indien nodig - het rijnummer aan te passen.

3.03 Nationale klassen (Nationale of EU-licentie)

MX1 2-takten van 175 t/m 250 cc en 4-takten van 290 cc t/m 450 cc

Leeftijd: vanaf 15 jaar

MX2 2-takten van 100 t/m 125 cc en 4-takten van 175 cc t/m 250 cc

Leeftijd: vanaf 15 jaar

MX3 2-takten van 290 t/m 500 cc en 4-takten van 450 t/m 650 cc

Leeftijd: vanaf 16 jaar (450 4-takt vanaf 15 jaar)

Zijspannen Leeftijd: vanaf 16 jaar

Rijders met een 4-taktmachine van boven 250 cc t/m max. 450 cc kunnen een licentie

aanvragen voor de klasse 250-2t./450-4t. of voor de 4-taktklasse, niet voor beide klassen.

Rijders met een 4-taktmachine boven 450 cc kunnen alleen een licentie aanvragen voor de

4-taktklasse. Rijders met een 2-taktmachine boven 250 cc kunnen alleen een licentie

aanvragen voor de Open klasse Junioren.

Rijders die voor de eerste keer een licentie aanvragen dienen te beginnen bij de Jeugd- of

Regio motocross. In bijzondere gevallen beslist de Motocross Commissie.

Nationale startlicentiehouders kunnen niet tevens een startlicentie voor Regio motocross

ontvangen.

3.04 Klassen Inters (Internationale licentie)

MX1 2-takten van 175 t/m 250 cc en 4-takten van 290 cc t/m 450 cc

Leeftijd: vanaf 15 jaar

MX2 2-takten van 100 t/m 125 cc en 4-takten van 175 cc t/m 250 cc

Leeftijd: vanaf 15 jaar

MX3 2-takten van 290 t/m 500 cc en 4-takten van 450 t/m 650 cc

Leeftijd: vanaf 16 jaar (450 4-takt vanaf 15 jaar)

Zijspannen Leeftijd: vanaf 16 jaar

Voor deelname aan Europese en/of Wereldkampioenschappen, gelden de UEM/FIM

reglementen, zowel voor de leeftijd als de cilinderinhoud.

4 OFFICIËLE SIGNALEN/TEKENS

Officiële signalen worden gegeven door middel van een vlag met ongeveer de volgende

afmetingen: 75 cm. x 60 cm., en wel als volgt:

Signaal Betekenis

Groen: Gereed voor de startprocedure

Rood: Stop, verplicht voor iedereen

Zwart + bord met het nummer van de deelnemer erop:

De aangeduide deelnemer moet stoppen

Geel – stilgehouden: Gevaar, langzaam rijden

Geel – gezwaaid: Inhalen strikt verboden, snelheid verminderen; de deelnemer

moet zich voorbereiden om te stoppen

Blauw – gezwaaid: Opgelet, u wordt gepasseerd door een rijder met een

ronde voorsprong

Zwart/wit geblokt: Einde van de wedstrijd

- 7 -

Het negeren van vlagsignalen wordt bestraft met disciplinaire maatregelen.

Startprocedure

Bord met 5 en 15 seconden

Bord met een 1 en een 2

5 INFORMATIE

De organisatie moet alle ingeschreven startlicentiehouders en dienstdoende officials tijdig

voorzien van de nodige wedstrijdinformatie en het Aanvullend Reglement.

6 REISVERGOEDING EN PRIJZENSCHEMA'S

De categorieën Jeugd/Regio en Nationalen kennen geen reis- en prijzenschema's.

Het beschikbaar stellen van geldprijzen of premies tijdens Jeugd/Regiowedstrijden is niet

toegestaan (geldt ook voor eventuele merkenklassen). Prijzen (bekers) die niet worden

afgehaald, vervallen aan de organisator.

De schema's voor Inters zijn op aanvraag verkrijgbaar en zijn vermeld in het Aanvullend

Reglement. Deze schema's mogen nimmer lager zijn dan het jaarlijks door het Bestuur

vastgestelde minimum.

7 TRAINING

Alle deelnemers zijn verplicht aan de training op de wedstrijddag deel te nemen alvorens

tot de wedstrijd te worden toegelaten. Groepsstarts zijn niet toegestaan.

7.01 Machines tijdens de training

Bij de trainingen is het de deelnemers slechts toegestaan om machines te gebruiken die

door hen onder hun eigen naam en startnummer bij de machinekeuring zijn aangeboden

en zijn goedgekeurd.

7.02 Transponders

De tijden/klasseringen worden per deelnemer geregistreerd middels een transponder.

Hiertoe dienen alle KNMV licentiehouders in het bezit te zijn van een persoonlijke transponder

en telkens met hun persoonlijke transponder te rijden.

De transponder moet van het type AMB MX of AMB TranX260 zijn

Van deze persoonlijke transponder dient het nummer vóór aanvang van het seizoen bij de

KNMV bekend te zijn. Indien door dringende omstandigheden niet met de persoonlijke

transponder gereden kan worden, dan dient het vervangende transpondernummer ruimschoots

voor aanvang van de 1e sessie waarin gereden gaat worden, door of namens de

deelnemer, bekend te zijn gemaakt bij de tijdwaarneming.

Elke deelnemer is verplicht om vóór elke (vrije) training en wedstrijd een goed functionerende,

voldoende opgeladen, persoonlijke transponder te monteren op de motorfiets waarmee

men deelneemt. Een transponder is voldoende opgeladen als het lampje tenminste 2x

groen knippert. Deze dient op een deugdelijke wijze aan de voorvorkpoot aan de linker- of

rechterzijde, achter het nummerbord gemonteerd te worden.

Ondanks het gebruik van transponders dienen de rijnummers en ondergronden aan het in

het Technisch Reglement gestelde te voldoen.

Het goed monteren en functioneren van de transponder is de eigen verantwoordelijkheid

van de deelnemer. Is er geen transponder aanwezig, of functioneert deze niet goed, dan

- 8 -

vindt er geen registratie van tijden plaats.

Alle nadelige gevolgen van het niet- of foutief aanbrengen of disfunctioneren van de

transponder, komen volledig voor rekening en risico van de deelnemer. Daartegen kan

geen protest worden aangetekend.

Het is niet toegestaan om tijdens trainingen en/of wedstrijden stil te staan binnen een straal

van 20 meter rondom de finishlijn. Het is verboden om met een geladen transponder in de

tijdwaarnemersruimte te komen.

De houder van een transponder wordt te allen tijde verantwoordelijk geacht voor het

gebruik daarvan, ongeacht of daarvan zelf of door anderen gebruik van wordt gemaakt.

8 START

8.01 Startprocedure

Er vindt een groepsstart plaats met draaiende motoren. Door middel van een groene vlag

wordt aan de starter kenbaar gemaakt dat de deelnemers startgereed zijn.

Wanneer alle deelnemers achter het starthek staan, houdt de starter gedurende 15 volle

seconden een "15" seconden teken omhoog en het hek valt tussen de 5 en 10 seconden

nadat het "5" seconden teken getoond wordt. Het "5" seconden teken blijft omhoog totdat

het starthek valt.

Rijders die hun plaats achter het starthek eenmaal hebben ingenomen, mogen niet meer

van plaats veranderen, noch teruggaan naar de opstelruimte of hulp ontvangen voorafgaande

aan de start. Als een rijder mechanische problemen heeft aan het starthek, moet

hij op hulp wachten tot het starthek gevallen is. Als het starthek gevallen is, mag hij alleen op

die plaats hulp krijgen van zijn monteur. De straf voor overtreding van deze regel is uitsluiting

van de betreffende manche.

Zodra de eerste rijder is opgereden naar het starthek, worden rijders die na dit tijdstip de

opvangruimte binnenkomen, achteraan geplaatst in de startvolgorde.

Rijders wiens motorfiets niet start tijdens de oprijprocedure, kunnen op het moment dat de

motorfiets alsnog start, aansluiten achter de reeds opgestelde rijders aan het starthek.

Het opstellen van de deelnemers achter het starthek gaat als volgt:

1. De deelnemers moeten plaatsnemen achter het starthek op de eerste rij tot deze

geheel is opgevuld.

2. Pas nadat de eerste rij volledig is opgevuld, kunnen de deelnemers een plaats innemen

op de tweede rij.

Vóór het starthek mogen de deelnemers geen veranderingen aanbrengen. Achter het

starthek is het aan de deelnemers toegestaan om sporen te maken, mits daarbij geen

gebruik wordt gemaakt van enig materiaal, gereedschap of hulp van buitenaf.

Alleen de deelnemers en officials mogen zich op het startgedeelte bevinden.

8.02 Valse starts

De wedstrijdleider duidt een valse start aan door met een rode vlag te zwaaien waarna de

wedstrijd gestopt wordt, in elk geval voor de eerste doorkomst. De deelnemers moeten

terug naar de opstelruimte en de herstart zal zo spoedig mogelijk plaatsvinden.

- 9 -

9 WEDSTRIJD

9.01 Wedstrijdtijd

De wedstrijdtijd per manche, serie of finale is reglementair bepaald of wordt vermeld in het

Aanvullend Reglement.

9.02 Keuze van de machine

Een deelnemer kan per manche, serie of finale een andere machine gebruiken, mits deze

op zijn naam en startnummer is gekeurd.

Op het moment dat het oprijden van de eerste rijder naar het starthek is begonnen, kan er

niet meer van machine worden gewisseld.

9.03 Wisselen van zijspanpassagier

Het is verboden om tijdens een wedstrijddag van passagier te wisselen. (Geldt zowel voor de

training als de wedstrijd).

9.04 Het stoppen van een wedstrijd

De wedstrijdleider heeft het recht om op eigen initiatief, wegens dringende veiligheidsmaatregelen

of andere gevallen van overmacht, een wedstrijd voortijdig te beëindigen.

Indien de wedstrijdleider een wedstrijd stopt voordat de helft van het voorgeschreven

aantal ronden is verreden, of voordat de helft van de voorgeschreven wedstrijdtijd is

verstreken, wordt de wedstrijd opnieuw verreden of ongeldig verklaard. Indien in dit geval

opnieuw wordt gestart zal een rustpauze worden ingelast van minimaal 30 minuten. Als de

wedstrijd in een later stadium wordt gestopt, dan geldt de klassering van de ronde voorafgaand

aan de afgevlagde ronde. Met wedstrijdtijd wordt bedoeld, de door de wedstrijdleider

vastgestelde tijd of de reglementair vastgestelde tijd. De tijd, nodig voor het rijden van

de ronden aangegeven middels het bord ‘1’ en ‘2 ‘ wordt voor de hantering van dit artikel

niet meegeteld.

Indien de wedstrijd wordt gestopt voor de tweede doorkomst, zal zo spoedig mogelijk een

herstart plaatsvinden. De deelnemers worden meteen opgesteld in de opvangruimte.

9.04.01 Veiligheid en milieu

De wedstrijdleider kan een deelnemer of zijn machine om reden van veiligheid of milieu een

start weigeren, in de wedstrijd een tijdstraf opleggen of middels een zwarte vlag in combinatie

met het rijnummer, uit de wedstrijd nemen. De rijder dient dan onmiddellijk de wedstrijd

te verlaten of in de aangewezen ruimte het defect te (laten) herstellen.

9.05 Hulp van buitenaf / afsnijden van de baan

Alle hulp van buitenaf op de baan is verboden behalve als deze verleend wordt door een

baanofficial in het belang van de veiligheid. De straf voor overtreding van deze regel kan

uitsluiting zijn. Radio-communicatie met de rijders is niet toegestaan. Het 'afsnijden' van de

baan is op straffe van uitsluiting verboden.

9.06 Rennerskwartier

De plaatsen voor de deelnemers worden door de organisator aangewezen. De deelnemers

zijn verplicht om daarbij de aanwijzingen van de clubofficials op te volgen. Een deelnemer

die tijdens een manche met zijn machine het rennerskwartier binnengaat, mag die betreffende

manche niet meer vervolgen. Het afspuiten van motoren of andere voorwerpen is

alleen toegestaan op, of in het door de organisator aangewezen en duidelijk kenbaar

gemaakte gebied, of voorziening. Indien geen afspuitplaats voorhanden is, is het afspuiten

van motoren zonder toestemming van de organisator verboden.

- 10 -

Rijden in het rennerskwartier

Het is niet toegestaan om zich met scooters, minimotoren of andere gemotoriseerde vervoermiddelen

te bewegen in het rennerskwartier of op de toegangswegen naar en rond het

circuit. Overtreding hiervan kan bestraft worden met een geldboete en/of een andere

disciplinaire maatregel. Alleen de deelnemers mogen zich stapvoets op hun motorfiets

verplaatsen van en naar het rennerskwartier en uitsluitend indien dat door de organisator

wordt toegestaan

Het gebruik van milieumatten in het rennerskwartier is verplicht. Deze matten dienen door

de rijders zelf te worden aangeschaft.

Specificaties milieumat

De minimale grootte van de milieumat dient zodanig te zijn dat de motorfiets er volledig op

kan staan. Het opnamevermogen dient ca. 1.50 liter olie per vierkante meter matoppervlak

te zijn. De rug van de mat dient van kunststof te zijn welke bestand is tegen de in- en bij de

motor gebruikte vloeistoffen en moet trek- en scheurvast te zijn. De mat mag niet doorlekken.

Een mat met scheuren of gaten wordt afgekeurd. Matten die niet meer geschikt zijn

kunnen bij een gemeentelijk afvaldepôt worden ingeleverd onder vermelding van “oliehoudend

afval”.

9.07 Opstelruimte

De opstelruimte voor de startzone is alleen toegankelijk voor de deelnemers, de betreffende

helpers en de betreffende officials. Roken en open vuur is in deze ruimte verboden.

Het maken van een proefstart in de opstelruimte is niet toegestaan.

9.08 Aangeef- en reparatieruimte

Toegang tot deze ruimte hebben alleen de monteurs die tijdens de wedstrijd reparaties en

afstellingen aan de machines uitvoeren, de aangevers en de overige daartoe bevoegde

personen.

Bijtanken is alleen toegestaan in deze reparatieruimte en moet gedaan worden met

uitgeschakelde motor. Rijders die de reparatieruimte binnengaan, moeten stoppen voor zij

weer de baan op gaan. Overtreding betekent uitsluiting van de betreffende manche.

Roken en open vuur is in deze ruimte verboden.

9.09 Rijdersvoorstelling, huldiging

Deelname aan de rijdersvoorstelling, huldiging en persconferentie is verplicht overeenkomstig

de bepalingen in het Aanvullend Reglement van de betreffende wedstrijd.

9.10 Technische Controle

Alle technische controles worden uitgevoerd overeenkomstig het Motocross Technisch

Reglement. Met inachtneming van hoofdstuk 200 van het Motorsport Reglement, wordt bij

overschrijding van de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 79 en 80 van dat reglement

(inclusief de toegekende toleranties) een tijdstraf van 1 minuut bijtelling in de wedstrijdtijd,

of, indien er geen tijdopname was, terugzetting met 15 plaatsen in de rangschikking opgelegd.

9.11 Protesten

Zie Motorsport Reglement, hoofdstuk 190.

9.12 Aansprakelijkheid

Overeenkomstig artikel 110.3 uit het Motorsport Reglement kunnen deelnemers noch de

- 11 -

KNMV en haar officials, noch de organisator en haar medewerkers, noch enig andere

deelnemer aan wedstrijden aansprakelijk stellen voor de gevolgen, voortvloeiende uit

deelname aan wedstrijden. Deelnemers kunnen elkaar onderling niet aansprakelijk stellen.

10 RESULTATEN/KLASSERINGEN

Winnaar is de deelnemer die in overeenstemming met de reglementen als eerste de finishlijn

passeert. De volgende deelnemers zullen afgevlagd worden als zij de finishlijn passeren. De

wedstrijdtijd gaat in op het moment dat het starthek valt. De tijd waarop een deelnemer de

finishlijn passeert wordt geregistreerd op het moment dat het voorste gedeelte van de

machine de lijn overschrijdt.

Niet geklasseerd worden de deelnemers die, tenzij het Aanvullend Reglement anders

voorschrijft:

a) De finishlijn niet binnen 5 minuten na de doorkomst van de winnaar gepasseerd zijn.

b) Niet het 3/4 deel van het totaal aantal ronden van de winnaar hebben afgelegd.

(afgerond op hele ronden naar beneden). Deelnemers in de jeugdklasse 50 en 65 cc

dienen minimaal de helft van het aantal ronden van de winnaar te hebben afgelegd.

c) De baan hebben afgesneden of niet op de juiste wijze hebben afgelegd.

d) Bij Zijspannen, wanneer de rijder, passagier en machine onafhankelijk van elkaar finishen

(i.c. wanneer de machine niet bemand wordt door beide licentiehouders).

e) Bij Zijspannen, wanneer het team niet als combinatie gedurende de gehele wedstrijd

het parcours heeft gevolgd en niet dezelfde afstand heeft afgelegd.

Toelichting punt e: Indien een team de passagier "verliest" dan dient de passagier het

parcours lopend te vervolgen waarna hij/zij weer plaats neemt in het zijspan. Afsnijdingen

van het parcours heeft uitsluiting tot gevolg, zie punt "c".

10.01 Dagklassement

Het dagklassement wordt opgemaakt door optelling van het aantal behaalde punten per

manche. Jeugd/Regio en Nationalen; puntentelling: 50, 47, 45, 43, 41, 40 enz.

Alle deelnemers aan Jeugd/Regio en Nationale wedstrijden die reglementair finishen,

ontvangen vanaf de 45e plaats, 1 punt. Voorafgaand aan het opmaken van het dagklassement

bij de Nationalen, worden deelnemende Inters en buitenlandse (EU) deelnemers uit

de manche-uitslagen geschrapt. Overige categorieën, puntentelling: 30, 27, 25, 23, 21, 20,

19, 18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1. Bij een gelijk aantal punten is de

uitslag van de laatste manche beslissend.

10.02 Gelijke eindstand

Indien in de eindstand van een competitie meer licentiehouders eindigen met een gelijk

aantal punten, dan geldt het navolgende voor het bepalen van de hoogste klassering:

a) Het aantal eerste plaatsen.

b) Het aantal tweede plaatsen.

c) Het aantal derde plaatsen.

d) De beste klassering in de laatste manche van de betreffende competitie. (Bij dagklassement:

de beste klassering in de laatste wedstrijd van de betreffende competitie).

10.03 Deelname in één klasse

Men kan slechts in één (1) klasse deelnemen tijdens een evenement.

- 12 -

11 COMPETITIES

11.01 Competitie Jeugd en Regio

11.01.01 Wedstrijden voorcompetitie

Door Groep A en B aan te wijzen wedstrijden, met dien verstande dat de voorcompetitie

uiterlijk duurt tot 3 weken voor aanvang van het Jeugdkampioenschap, cq. Regiocup.

Er wordt gereden in manches, of series met finales, indien het aantal deelnemers dat

noodzakelijk maakt. Indien er sprake is van een A en B-finale, wordt het aantal deelnemers

hierover gelijkmatig verdeeld, met een eventuele afronding naar boven ten gunste van de

A-finale. Beide groepen kunnen tevens wedstrijden aanwijzen die tellen voor het Provinciaal,

Regionaal en/of Groepskampioenschap. Hierbij geldt dezelfde puntentelling als bij de

voorcompetitie. Men kan slechts éénmaal per jaar van klasse wisselen waarbij de behaalde

competitie-punten gehandhaafd blijven.

11.01.02 Rijtijden voorcompetitie

MX Jeugd 50 cc Automaten: max. 8 minuten + 2 ronden

MX Jeugd 65 t/m 85 cc Kleine Wielen: max. 10 minuten + 2 ronden

MX 85 cc Grote Wielen: max. 15 minuten + 2 ronden

MX2 Jeugd: max. 20 minuten + 2 ronden

MX Regio (en merkenklassen): max. 12 minuten + 2 ronden

De wedstrijdindeling, het samenvoegen van klassen alsmede de tijdsduur van de wedstrijden,

kunnen per wedstrijddag door de wedstrijdleider worden vastgesteld.

11.01.03 Puntentelling voorcompetitie

Volgens de uitslag van het dagklassement: 50, 47, 45, 43, 41, 40 enz. Indien er sprake is van

een B-finale, kunnen ook rijders in de B-finale nog in aanmerking komen voor punten,

aansluitend aan de geklasseerden in de A-finale. (Alle rijders die reglementair finishen in de

B-finale ontvangen minimaal 1 punt)

Gastrijders tellen niet mee voor de competitie, echter wel voor het dagklassement. Voor het

bepalen van de eindstand van de voorcompetitie worden alle verreden wedstrijden geteld.

11.01.04 Startopstelling voorcompetitie

Klasse 85 cc Grote en Kleine Wielen en MX2 Jeugd

Alle wedstrijden beide manches/series volgens de uitslag van de tijdtraining. Finale(s)

volgens de uitslag van de series (om en om).

Overige Jeugd- en Regioklassen

Eerste wedstrijd van de competitie: eerste manche/series volgens loting, tweede manche/

finale(s) volgens de uitslag van de eerste manche, resp. series (om en om).

Overige wedstrijden: zowel de eerste als de tweede manche en series volgens de tussenstand

van de competitie (rijders zonder competitiepunten sluiten achter aan op volgorde

van rijnummer). Finale(s) volgens de uitslag van de series (om en om). Indien er in één

weekend twee wedstrijden zijn, dan geldt de tussenstand voor beide wedstrijden zoals die

was voor het betreffende weekend.

11.01.05 Wedstrijden Jeugdkampioenschap en Regiocup

Minimaal vier landelijke wedstrijden van 2 manches (Finalewedstrijden).

- 13 -

11.01.06 Rijtijden Finalewedstrijden

MX Jeugd 50 cc Automaten: max. 8 minuten + 2 ronden

MX Jeugd 65 t/m 85 cc Kleine Wielen: max. 10 minuten + 2 ronden

MX 85 cc Grote Wielen: max. 15 minuten + 2 ronden

MX2 Jeugd: max. 20 minuten + 2 ronden

MX Regio: max. 12 minuten + 2 ronden

11.01.07 Puntentelling Finalewedstrijden

Volgens de uitslagen per manche: 50, 47, 45, 43, 41, 40 enz. Voor het bepalen van de

eindstand van het Jeugdkampioenschap en de Regiocup worden alle verreden manches

geteld.

11.01.08 Startopstelling Finalewedstrijden

Klasse 85 cc Grote en Kleine Wielen en MX2 Jeugd

Alle wedstrijden, beide manches volgens de uitslag van de tijdtraining.

Overige Jeugd- en Regioklassen

Eerste wedstrijd, eerste manche: volgens eindstand van de voorcompetitie.

Eerste wedstrijd, tweede manche: volgens uitslag eerste manche.

Overige wedstrijden: beide manches volgens de tussenstand van de competitie waarbij

deelnemers zonder punten aansluiten op rijnummer-volgorde.

11.01.09 Deelnemers Finalewedstrijden

Licentiehouders die zich via de voorcompetitie hebben geplaatst kunnen deelnemen.

Het aantal deelnemers bedraagt 40 per klasse. De 8 best geklasseerden per groep zijn

verzekerd van deelname, de resterende plaatsen worden vastgesteld door middel van een

verdeelsleutel welke afhangt van het landelijk totaal aantal deelnemers aan de voorcompetitie

per klasse. De Motocross Commissie is gerechtigd 4 plaatsen voor de Finalewedstrijden

toe te wijzen.

11.01.10 Promotie Junioren

De eerste vijf in de eindstand van de Finalewedstrijden Junioren in de klassen 125 cc en

Open Klasse promoveren m.i.v. het jaar daarop volgend naar de Nationalen in de betreffende

klasse.

11.02 Competitie Nationalen

11.02.01 Wedstrijden voor de KNMV Cup

Klassen MX1, MX2, MX3 en Zijspannen: alle aangewezen wedstrijden. Afhankelijk van het

aantal deelnemers, twee manches per wedstrijd (Systeem I) of series met een finale (Systeem

II). Alleen indien het tijdschema dat toelaat, zal er tevens een B-finale worden verreden.

Systeem I: Indeling in 1 trainingsgroep en twee manches.

Systeem II: Indeling in 2 trainingsgroepen, 2 series, A en B-finale.

Indien het aantal aanwezige rijders van dien aard is dat er geen manches verreden kunnen

worden maar series, is de hieronder vermelde indeling van toepassing (systeem II).

Aantal deelnemers in de A-Finale

Het maximum aantal deelnemers is door de wedstrijdleider vast te stellen en wordt voor

aanvang van de trainingen aan de deelnemers bekend gemaakt.

- 14 -

Vrije Training/Tijdtraining

Indien er gereden wordt in twee groepen, dan worden de vrije training en tijdtraining

gecombineerd. De vrije training/tijdtraining en kwalificatie series worden verreden in twee

groepen, te noemen groep 1 en groep 2.

Het aantal deelnemers per groep is door de wedstrijdleider op basis van de tussenstand en

de voor de wedstrijd ingeschreven rijders vast te stellen en wordt voor aanvang van de

eerste training bekend gemaakt. De wedstrijdleider maakt een evenredige indeling in twee

gelijk grote groepen. Daarbij komen de 1e, 3e, 5e enz. van de aanwezige rijders uit de

tussenstand in groep 1, de 2e, 4e, 6e enz. van de aanwezige rijders uit de tussenstand in

groep 2.

Voorbeeld:

Stel dat de nummers 1 t/m 5, 6, 8 en 10 van de tussenstand ingeschreven hebben, dan rijden

in groep 1 de nummers 1, 3, 5, en 8 en in groep 2 de nummers 2, 4, 6 en 10. Dus evenredig

naar aantal en prestatie aanwezige rijders verdeeld. Rijders die geen punten hebben

behaald en Inters worden ingedeeld volgens hun rijnummer.

Indeling series

1e serie: Alle rijders uit groep 1. De startopstelling is volgens de uitslag van de tijdtraining.

2e serie: Alle rijders uit groep 2. De startopstelling is volgens de uitslag van de tijdtraining.

A-Finale

Deelnemers aan de A-finale worden aangewezen volgens de uitslag van de series.

Indien er bijvoorbeeld 50 rijders kunnen starten, zijn dat de eerste 25 uit de 1e serie en

de eerste 25 uit de 2e serie.

De startopstelling is als volgt: 1. de nummer 1 uit de 2e serie, 2. de nummer 1 uit de 1e serie, 3.

de nummer 2 uit de 2e serie, 4. de nummer 2 uit de 1e serie enz.

B-Finale

Voor de B-finale wordt dezelfde indeling gemaakt als bij de A-finale, maar dan vanaf de

eerste rijder die niet geplaatst is voor de A-finale. In het voorbeeld van 50 finalisten zijn dat

de rijders vanaf de 26e plaats in de series.

11.02.02 Rijtijden competities voor Nationalen

MX1, MX3 en Zijspannen: 20 minuten per manche + 2 ronden. MX2: 25 minuten + 2 ronden.

Afhankelijk van het totaal aantal deelnemers, kan de indeling en tijdsduur van de wedstrijden

door de wedstrijdleider worden aangepast.

11.02.03 Puntentelling competities voor Nationalen

Volgens de uitslag van het dagklassement: 50, 47, 45, 43, 41, 40 enz. Indien er sprake is van

een B-finale, kunnen ook rijders in de B-finale nog in aanmerking komen voor punten,

aansluitend aan de geklasseerden in de A-finale. (Alle rijders die reglementair finishen in de

B-finale ontvangen minimaal 1 punt).

Voor het bepalen van de eindstand van de competitie worden alle verreden wedstrijden

geteld. (zie ook art. 11.02.05). Deelnemende KNMV Inters (solo’s) en buitenlandse (EU)

licentiehouders, komen niet in aanmerking voor competitiepunten.

11.02.04 Startopstelling competities voor Nationalen

Alle wedstrijden: beide manches/series volgens de uitslag van de tijdtraining. Finale(s)

volgens de uitslag van de series (om en om).

- 15 -

Bij deelname van Inters in een Nationale (solo)klasse: Inters (solo’s) die deelnemen in een

Nationale klasse worden zowel de eerste als de tweede manche opgesteld achter de

Nationalen volgens de uitslag van de tijdtraining.

11.02.05 Deelname van Inters en buitenlandse rijders aan wedstrijden voor Nationalen

Met uitzondering van de zijspanklasse, kunnen KNMV Inters deelnemen aan wedstrijden voor

Nationalen. Buitenlandse licentiehouders kunnen alleen deelnemen indien de betreffende

wedstrijd vermeld staat op de Europese (UEM) kalender.

KNMV Inters (solo’s) en Buitenlandse licentiehouders worden niet opgenomen in de uitslagen

en komen niet in aanmerking voor de dagprijzen, noch voor competitiepunten.

11.02.06 Deelnemers /Nationale competities

Rijders (passagiers) die in het bezit zijn van een Nationale of EU (Europese) licentie Motocross.

Men kan slechts éénmaal jaarlijks van klasse wisselen.

11.02.07 Promotie Nationalen

De eerste 8 in de eindstand van de KNMV Cup voor de klassen MX1 en MX2 en de eerste 10

in de MX3 klasse promoveren naar de Inters in de betreffende klasse.

De Motocross Commissie heeft de bevoegdheid om meer rijders te laten promoveren.

Het aantal Inters in de zijspanklasse wordt jaarlijks vastgesteld door de Motocross Commissie.

11.02.08 Competitie Zijspan Nationalen

Behalve de Nationale wedstrijden, tellen voor de Nationale licentiehouders ook de uitslagen

van de ONK wedstrijden mee voor de Nationale competitie. Nationale licentiehouders

ontvangen behalve ONK-punten, tevens competitiepunten voor de Nationale competitie

overeenkomstig artikel 110.02.03.

(Voor deelname aan het ONK, zie artikel 11.03.06: Klasse Zijspannen).

11.03 Competitie Inters

11.03.01 Wedstrijden Open Nederlands Kampioenschap (ONK)

Min. 6 wedstrijden van 2 manches voor de klassen MX1, MX2, MX3 en Zijspannen.

11.03.02 Rijtijden Open Nederlands Kampioenschap

Klasse MX1 en MX2: 30 minuten + 2 ronden.

Klasse MX3 en Zijspannen: 25 minuten + 2 ronden.

11.03.03 Puntentelling Open Nederlands Kampioenschap

Volgens de uitslagen per manche: 30, 27, 25, 23, 21, 20, 19, 18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11, 10, 9,

8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1.

Voor het bepalen van de eindstand van het ONK worden alle manches geteld.

11.03.04 Startopstelling Open Nederlands Kampioenschap

Voor alle wedstrijden wordt de startopstelling bepaald door de uitslag van de tijdtraining.

De startopstelling geldt per wedstrijddag telkens voor beide manches.

11.03.05 Training Open Nederlands Kampioenschap

Er wordt gelegenheid gegeven voor een vrije training en een tijdtraining. De opstelling voor

de tijdtraining van zowel de soloklassen als de zijspanklasse, geschiedt de eerste wedstrijd

volgens rijnummer en de overige wedstrijden volgens de tussenstand van het ONK.

Groepsstarts zijn niet toegestaan.

- 16 -

11.03.06 Deelnemers Open Nederlands Kampioenschap

Gerechtigd tot deelname aan het ONK zijn:

Klasse MX1

a) De eerste 20 uit de eindstand van het ONK MX1 van het voorgaande jaar.

b) De eerste 3 uit de eindstand van het ONK MX3 van het voorgaande jaar.

c) De eerste 8 uit de eindstand van de Nationale competitie MX1 van het voorgaande jaar.

d) Per wedstrijd, minimaal de eerste 5 uit de actuele tussenstand van de Nationale competitie

MX1.

e) Internationale buitenlandse licentiehouders (beperkt aantal).

f) Deelnemers volgens besluit van de Motocross Commissie.

Klasse MX2

a) De eerste 20 uit de eindstand van het ONK MX2 van het voorgaande jaar.

b) De eerste 8 uit de eindstand van de Nationale competitie MX2 van het voorgaande jaar.

c) Per wedstrijd, minimaal de eerste 5 uit de actuele tussenstand van de Nationale competitie

MX2.

d) Internationale buitenlandse licentiehouders (beperkt aantal).

e) Deelnemers volgens besluit van de Motocross Commissie.

Klasse MX3

a) De eerste 25 uit de eindstand van het ONK MX3 van het voorgaande jaar.

b) De eerste 10 uit de eindstand van Nationale competitie MX3 van het

voorgaande jaar.

c) Per wedstrijd, minimaal de eerste 5 uit de actuele tussenstand van de Nationale

competitie MX3.

d) Internationale buitenlandse licentiehouders (beperkt aantal).

e) Deelnemers volgens besluit van de Motocross Commissie.

Klasse Zijspannen

a) KNMV Inters; jaarlijks door de Motocross Commissie vast te stellen (dit zijn als regel de

vaste KNMV deelnemers aan het Wereldkampioenschap).

b) KNMV Nationale licentiehouders.

c) Internationale buitenlandse licentiehouders (beperkt aantal).

Met uitzondering van de KNMV Inters, dienen alle teams zich per wedstrijd via de tijdtraining

te plaatsen voor deelname aan de twee kampioensmanches. Maximaal 30 teams komen

voor deelname in aanmerking. In uitzonderlijke gevallen heeft de wedstrijdleider de bevoegdheid

om een extra plaats toe te wijzen.

Indien er ca. 10 niet-gekwalificeerde teams zijn, zal er voor deze groep één (1) B-wedstrijd

worden verreden (een en ander ter beoordeling van de wedstrijdleider.) Deelnemers in

deze B-wedstrijd komen niet in aanmerking voor kampioenspunten, wel voor punten voor de

Nationale competitie.(Voor toekenning van punten voor de Nationale competitie: zie artikel

11.02.08).

11.03.07 Competitie “Allround Motocross Kampioenschap van Nederland”

Bij alle evenementen voor het ONK Motocross 125 cc en de Open Klasse wordt aansluitend

aan de ONK-manches een extra wedstrijd (Superfinale) verreden van 25 minuten + 1 ronde

die meetelt voor de titel “Allround Motocross Kampioen van Nederland”.

Deelnemen aan de Superfinale kunnen de eerste 15 uit de klasse 125 cc en de eerste 15 uit

de Open Klasse volgens het dagklassement van de betreffende wedstrijd.

- 17 -

Indien 5 minuten voor aanvang van de verkenningsronde niet alle deelnemers aanwezig

zijn, komen reserverijders voor deelname in aanmerking. Per klasse worden 4 reserverijders

aangewezen overeenkomstig de stand in het dagklassement.

In de Superfinale moeten de deelnemers gebruik maken van dezelfde motorfiets die onder

hun naam ingeschreven en goedgekeurd is voor de klasse waarin wordt deelgenomen aan

de ONK-manches van de betreffende wedstrijd.

Voor aanvang van de start dient één volledige ronde gereden te worden door alle deelnemers

als volgt:

- Eerst de 125 cc rijders, daarna de Open Klasse rijders

- Als eerste vertrekt de winnaar van de 125 cc klasse, de overigen in volgorde van de uitslag

- Er dient een zodanige afstand tussen de rijders gehouden te worden, dat de tijdwaarneming

voldoende gelegenheid krijgt voor een correcte registratie van de transponder/rijders.

- Er mag tijdens deze registratie/voorstellingsronde niet ingehaald worden.

- De rijders stellen zich direct na terugkomst op achter het starthek.

De startopstelling voor de Superfinale is als volgt:

1e Groep: klasse 125 cc in volgorde van dagklassement.

2e Groep: Open Klasse in volgorde van dagklassement.

Voor het bepalen van de eindstand van de competitie “Allround Motocross Kampioenschap

van Nederland” worden de punten bijeengeteld van alle verreden Superfinales. De

puntentelling is gelijk aan die van het ONK (30, 27, 25, 23, 21, 20 enz.)

11.03.08 Klassen-wisseling Inters

Het wisselen van klasse voor aanvang van het seizoen is mogelijk, indien dit kenbaar gemaakt

wordt voor 15 januari van het betreffende jaar. Indien er meer aanvragen zijn dan

beschikbare plaatsen, zal de volgorde van de eindstand van het voorgaande jaar in

ogenschouw worden genomen. Klassen-wisseling tijdens het seizoen is ter beoordeling van

de Motocross Commissie.

11.03.09 Rijnummers Inters

Deelnemers aan het Open Nederlands Kampioenschap ontvangen een vast rijnummer,

geldig voor het hele wedstrijdseizoen. Dit nummer kan, behalve op de nummerplaat, ook

gebruikt worden om op het shirt te dragen. Het gebruik van een ander nummer op het shirt is

niet toegestaan.

11.03.10 Internationale startlicentiehouders (Inters)

De eerste 20 KNMV startlicentiehouders in de eindstand van het Open Nederlands Kampioenschap,

de gepromoveerde Nationalen, plus de rechtstreeks geplaatste deelnemers in

het Wereldkampioenschap, komen in aanmerking voor een Internationale startlicentie.

De Internationale licentie geldt telkenmale voor één jaar.

11.03.11 Bijzondere competities

De Motocross Commissie is gerechtigd, indien voor aanvang van het seizoen bekendgemaakt,

competities in te stellen zoals bijv. indoor, uitwisseling, merkenklassen etc.

De richtlijnen voor dergelijke competities worden opgenomen in een apart Aanvullend

Reglement.

- 18 -

12 OVERIGE WEDSTRIJDEN

Niet tellend voor het ONK, KNMV Cup, Jeugdkampioenschap of Voorcompetitie.

12.01 Wedstrijden voor Jeugd/Regio

12.01.01 Overige Wedstrijden Jeugd/Regio

Puntentelling etc. overeenkomstig de bepalingen in de voorcompetitie (Art. 11.01.03).

12.01.02 Jeugd/Regioweekenden

Bij weekendwedstrijden worden voor het eindklassement alle verreden manches min 1

geteld. Bij een gelijk aantal punten worden alle manches geteld. Geeft dit geen uitslag dan

telt de beste klassering in de laatste manche. Weekendwedstrijden tellen nimmer mee voor

enige competitie.

12.01.03 Buitenlandse Jeugd/Regiowedstrijden

Deelname aan buitenlandse Jeugd/Regiowedstrijden is alleen mogelijk na toestemming van

de Motocross Commissie.

12.01.04 Bijzondere evenementen

Deelname van jeugdlicentiehouders aan bijzondere evenementen zoals indoor, stadioncrosses

etc. is alleen toegestaan met toestemming van de Motocross Commissie.

12.02 Overige wedstrijden voor Nationalen

Puntentelling: overeenkomstig competitie Nationalen (Art. 11.02.03).

Startopstelling: overeenkomstig artikel 11.02.04

12.03 Overige wedstrijden voor Inters

Startlicentiehouders Inters MX1, MX2 en MX3, kunnen in principe in alle klassen Inters deelnemen

(m.u.v. ONK-wedstrijden) indien er op dezelfde datum geen wedstrijd is voor de

eigen klasse en de motorfiets voldoet aan de technische voorschriften van de betreffende

klasse. Inters kunnen niet deelnemen in een Nationale klasse.

12.03.01 Wedstrijden voor Inters MX1, MX2, MX3 en Zijspannen

Puntentelling: overeenkomstig competitie ONK (Art. 11.03.03).

Startopstelling: overeenkomstig competitie ONK (Art. 11.03.04)

12.03.02 Wedstrijden voor Inters Open klasse

Deelnemers: Inters MX1, MX2 en MX3.

Puntentelling: overeenkomstig competitie ONK (Art. 11.03.03).

Startopstelling: overeenkomstig competitie ONK (Art. 11.03.04).

12.03.03 Internationale wedstrijden

Overeenkomstig de bepalingen in het Aanvullend Reglement.

12.03.04 Wedstrijden voor het Europees/Wereldkampioenschap

Overeenkomstig de bepalingen in de UEM/FIM reglementen.

13 INSCHRIJVINGEN / INSCHRIJFGELD / VRIJE TOEGANG

13.01 Jeugd/Regio

Geen voorinschrijving, men dient zich voor aanvang van de wedstrijd ter plaatse persoonlijk

in te schrijven op vertoon van startlicentie (een en ander op vooraf gepubliceerde plaats en

tijdstip). Het inschrijfgeld bedraagt € 12,-- per deelnemer per wedstrijddag. Jeugd/Regio-

19 -

weekenden: € 20,--.

De entree-prijs is maximaal € 2,50 of kan vervangen worden door het vragen van een

vrijwillige bijdrage.

Vrije toegang hebben rijders die daadwerkelijk deelnemen plus maximaal 2 monteurs en

jeugdige begeleiders beneden de 16 jaar.

Deelnemers aan de Finalewedstrijden dienen vóór de eerste wedstrijd het totale inschrijfgeld

te voldoen aan de secretaris van de betreffende groep.

13.02 Nationalen MX1, MX2, MX3 en Zijspannen

Geen voorinschrijving met uitzondering van bijzondere evenementen die als zodanig

aangekondigd worden in een officiële publicatie. Aanmelding dient te geschieden voor

aanvang van de wedstrijd op vertoon van startlicentie (een en ander op vooraf gepubliceerde

plaats en tijdstip). Het inschrijfgeld bedraagt € 12,-- per deelnemer (€ 18,-- zijspancombinatie)

en is van toepassing op alle competitiewedstrijden. Bij bijzondere evenementen

kan hier-van worden afgeweken. Vrije toegang hebben rijders die daadwerkelijk deelnemen

plus 1 persoon. Bij zijspannen: de rijder, passagier, plus 2 personen.

13.03 Inters

Voorinschrijving overeenkomstig de officiële publicaties. Vrije toegang hebben rijders die

daadwerkelijk deelnemen plus 1 persoon. Bij zijspannen: de rijder, passagier, plus 2 personen.

Indien Inters 125 cc, Open Klasse of Viertakten deelnemen in een Nationale klasse, bedraagt

het inschrijfgeld € 12,-- (€ 18,-- voor zijspannen) en dienen zij zich vooraf aan te

melden overeenkomstig de richtlijnen van de KNMV.

Zowel bij het ONK als Nationale wedstrijden voor de klassen Inters MX1, MX2, MX3, Open

klasse en Zijspannen, betalen alle deelnemers inschrijfgeld. Het inschrijfgeld bedraagt voor

zijspanteams € 18,-- en voor de ONK-klassen MX1, MX2, en MX3 € 15,--.

Indien een klasse Inters is toegevoegd aan een Nationale wedstrijd, dan betalen de

deelnemers € 12,-- inschrijfgeld.

14 DEELNAME AAN HET EUROPEES KAMPIOENSCHAP

De selectie geschiedt door de Motocross Commissie vanuit de nationale selectie.

De volgende criteria zullen gehanteerd worden:

a) Internationale licentiehouders.

b) Selectiegroep, mits zij een trainingskamp gevolgd hebben.

De rijders van de selectiegroep kunnen bij gebrek aan prestaties en inzet vervangen worden

door anderen.

Inschrijvingen voor het Europees Kampioenschap geschieden door de KNMV.

Deelnemers die zich voor een EK wedstrijd hebben aangemeld, dienen zich bij verhindering

af te melden bij het KNMV secretariaat. De afmelding dient te geschieden op een tijdstip

dat de organisator nog door de KNMV geïnformeerd kan worden (één dag voor de dag

van de kwalificatietrainingen). De boete voor niet tijdig afmelden wordt jaarlijks door de

KNMV en/of FIM vastgesteld en dient voldaan te zijn voor de eerstvolgende EK wedstrijd.

Rijders die zijn ingeschreven voor een EK-wedstrijd en daaraan niet deelnemen, mogen op

dezelfde datum niet deelnemen aan een andere wedstrijd.

15 DEELNAME AAN HET WERELDKAMPIOENSCHAP

Het maximum aantal in te schrijven deelnemers, alsmede het aantal rijders dat recht heeft

op een vaste plaats, wordt bepaald in het FIM reglement.

De selectie van de overige plaatsen voor deelname van KNMV licentiehouders aan het WK

geschiedt als volgt:

- 20 -

a) Degenen die geëindigd zijn bij de eerste 10 in de eindstand van het Wereldkampioenschap

van het voorgaande jaar.

b) Degenen die geëindigd zijn bij de eerste 3 in de eindstand van het Open Nederlands

Kampioenschap van het voorgaande jaar.

c) De overige plaatsen worden aangewezen door de Motocross Commissie.

Inschrijvingen voor het Wereldkampioenschap geschieden door de KNMV.

Deelnemers die zich voor een WK wedstrijd hebben aangemeld, dienen zich bij verhindering

af te melden bij het KNMV secretariaat. De afmelding dient te geschieden op een tijdstip

dat de organisator nog door de KNMV geïnformeerd kan worden (één dag voor de dag

van de kwalificatietrainingen). De boete voor niet tijdig afmelden wordt jaarlijks door de

KNMV en/of FIM vastgesteld en dient voldaan te zijn voor de eerstvolgende WK wedstrijd.

Rijders die zijn ingeschreven voor een WK-wedstrijd en daaraan niet deelnemen, mogen op

dezelfde datum niet deelnemen aan een andere wedstrijd.

16 DEELNAME AAN WEDSTRIJDEN IN HET BUITENLAND

Gerechtigd tot deelname aan Internationale wedstrijden in het buitenland zijn:

a) Internationale startlicentiehouders.

b) De eerste 20 geklasseerden in het ONK van het lopende jaar.

Gerechtigd tot deelname aan EU-wedstrijden in het buitenland (wedstrijden die als zodanig

vermeld staan op de Europese kalender) zijn licentiehouders die in het bezit zijn van een EUlicentie.

17 FIM LICENTIES

Startlicentiehouders die deelnemen aan FIM wedstrijden dienen in het bezit te zijn van een

door de FIM voorgeschreven startlicentie.

18 TOESTEMMING EN VERZEKERING WEDSTRIJDEN IN HET BUITENLAND

Deelname aan wedstrijden in het buitenland is alleen toegestaan, indien men in het bezit is

van een voor het betreffende evenement benodigde licentie, incl. de bijbehorende

verzekering.

19 DEELNAME AAN INTERNATIONALE WEDSTRIJDEN IN NEDERLAND

Nederlandse EU-licentiehouders kunnen alleen deelnemen aan een Int. wedstrijd in Nederland

met toestemming van de Motocross Commissie op het moment dat alle Int. licentiehouders

de mogelijkheid hebben gehad om in te schrijven.

20 DEELNAME WEDSTRIJDEN VOOR INTERS EN NATIONALEN

Bij Nederlandse wedstrijden voor Inters en Nationalen heeft iedere licentiehouder in de

betreffende klasse het recht van inschrijving. Indien een selectie noodzakelijk is, geschiedt

deze door de Motocross Commissie.

21 SLOTBEPALINGEN

21.01 Bevoegdheid wedstrijdleider

In alle gevallen waarin dit Motocross Reglement niet voorziet, tijdens de wedstrijd- en de

wedstrijd betreffende, beslist de wedstrijdleider.

21.02 Bevoegdheid Motocross Commissie

In alle gevallen waarin dit Motocross Reglement niet voorziet, beslist de Motocross Commissie

der KNMV.

- 21 -

INHOUDSOPGAVE TECHNISCH REGLEMENT MOTOCROSS

Alle tussennummers vervallen

01 Inleiding 22

03 Constructievrijheid 22

05 Groepen van motorfietsen 22

07 Klassen 22

11 Meting van de cilinderinhoud 23

17 Drukvulling 23

18 Telemetrie 23

19 Wegen van motorfietsen 23

21 Aanduiding van merken 24

25 Algemene specificaties 24

27 Startinrichtingen 24

29 Afscherming open overbrenging 24

31 Uitlaatpijpen 24

33 Sturen 25

35 Bedieningshendels 25

37 Kortsluitcontact 26

39 Voetsteunen 26

41 Remmen 26

43 Spatborden en wielbescherming 26

45 Stroomlijning 27

47 Wielen, velgen en banden 27

49 Motocrossbanden 27

53 Aanvullende specificaties voor zijspannen 28

55 Nummerplaten 29

63 Brandstof, (vervalt Brandstof/olie-mengsels) 31

65 Uitrusting en beschermende kleding 31

67 Het dragen van helmen 31

69 Helm-inspectie voor KNMV-startbewijshouders 32

71 Oogbescherming 33

76 Nummerhesjes 33

77 Keuring Algemeen 33

79 Geluidsmeting volgens de statische (FIM) methode 35

80 Geluidmeting volgens de dynamische methode – de baanmeting 37

83 Aanvullende specificaties voor quads 37

Bijlagen

Solo -schema E 39

Nummerplaten Ebis 40

Nummers O 41

Lettertypen 41

Zijspan - schema F 42

Quad - schema Q 43

Helm-pasform 44

- 22 -

01 INLEIDING

De term motorfiets is van toepassing op alle voertuigen die minder dan vier wielen hebben,

aangedreven worden door een motor en voornamelijk ontworpen zijn voor het vervoer van

een of meer personen waarvan er een de bestuurder is. De wielen moeten zoveel mogelijk

in aanraking met de grond zijn.

03 CONSTRUCTIEVRIJHEID

Als een motorfiets voldoet aan eisen van de KNMV reglementen alsmede aan een aantal

specificaties die de KNMV per Aanvullend Reglement voor bepaalde wedstrijden kan

voorschrijven, dan wordt er geen enkele beperking opgelegd aan het merk, constructie of

type van de gebruikte motorfietsen.

Alle solo motorfietsen (verv. (Groep A)) moeten zodanig geconstrueerd zijn dat zij de rijder

de absolute controle over de machine geven. Motorfietsen met zijspan (Groep B) moeten

zodanig geconstrueerd zijn dat zij een passagier kunnen vervoeren.

05 -(CATEGORIEËN EN) GROEPEN VAN MOTORFIETSEN

Voor deelname aan KNMV-wedstrijden worden motorfietsen onderverdeeld in de groepen

solomotoren , zijspannen en quads.

In principe is het verboden om een gezamenlijke wedstrijd te houden voor verschillende

groepen en klassen, tenzij het Aanvullend Reglement dit toestaat.

Groep A 1 - Solo motorfietsen.

Voertuigen op 2 wielen die slechts één spoor op de grond achterlaten en voortbewogen

worden door de beweging van één wiel in aanraking met de grond.

Groep B 1 – Zijspannen.

Voertuigen op 3 wielen die in de rechtuit beweging 2 sporen achterlaten, waarvan één

spoor gevormd wordt door de motorfiets en het andere door het zijspan voor de passagier.

Groep G - Quads

4-wielige off-road voertuigen op ballonbanden, met een starre achteras, die een wiel

hebben aan het uiteinde van iedere diagonaal en worden gestuurd d.m.v. een motorfietsstuur.

Zij moeten bestaan uit een compleet integraal geheel met slechts een zitplaats voor

de schrijlings gezeten rijder.

07 KLASSEN

Groepen zijn (verv. weer) onderverdeeld in klassen volgens de cilinderinhoud van de

motoren zoals onderstaand is aangegeven. In het algemeen moeten deze klassen in acht

genomen worden voor alle wedstrijden. (zie voor de groepsindeling het MX-reglement)

Klasse boven (cc) tot (cc)

50cc automaat

----------------------

65 cc Kl. W / Gr. W.

40

------------------

50

50

--------------------

65

85 cc Kl. W. / Gr.W.

70 85

100 125 125cc (2-takt)

(4-takt) 175 250

- 23 -

350 750

Zijspannen

(2-takt )

(4-takt – 1 of 2 cyl)

--

1000

Quads;

(2-takt – 1 of 2 cyl)

(4-takt – 1 cyl)

250

350

500

MX 1 (2-takt ) 175 250

(4-takt) 290 450

-------------------------------------------------------------------------------------------------

MX 2 (2-takt ) 100 125

(4-takt) 175 250

-------------------------------------------------------------------------------------------------

MX 3 (2-takt ) 290 500

(4-takt) 450 650

-------------------------------------------------------------------------------------------------

11 METING VAN DE CILINDERINHOUD

11.11 Zuigermotor volgens "Otto-principe"

De inhoud van iedere motor-cilinder wordt berekend volgens onderstaande formule:

cilinderinhoud = D2 x 3,1416 x C

4

waarbij D =de boring en C =de slag

De boring van de cilinder moet gemeten worden met een tolerantie van 1/10 mm. Als met

deze tolerantie de grens van de cilinderinhoud voor de betreffende klasse wordt overschreden

moet met een koude motor een nieuwe meting worden uitgevoerd met een tolerantie

van 1/100 mm.

17 DRUKVULLING

Drukvulling d.m.v. welk apparaat dan ook is verboden.

18 TELEMETRIE

Informatie mag op geen enkele manier verzonden worden van en naar een rijdende

motorfiets, uitgezonderd officiële tijdwaarnemingapparatuur en/of beeldregistratieapparatuur.

Automatische rondentijdenregistratie wordt niet als telemetrie beschouwd.

Rondentijdapparatuur mag in geen geval de officiële tijdwaarneming of de apparatuur

hiervan beïnvloeden.

19 WEGEN VAN MOTORFIETSEN

19.01

De minimum gewichten (zonder brandstof maar met optimale hoeveelheid olie en koelvloeistof)

zijn: 85 cc (2takt) 65 kg

125 cc (2takt) 88 kg

250 cc (2takt) 98 kg

250cc (4takt) 94 kg

500 cc (2 takt) 102 kg

viertakten boven 250cc 102 kg

Een tolerantie van 1% in het gewicht van de machine na de wedstrijd is toegestaan.

- 24 -

ART. 19.05 VERVALT. TEKST WORDT OPGENOMEN IN HET NIEUWE ART. 51.03

21 AANDUIDING VAN DE MERKEN

Als twee fabrikanten een motorfiets hebben geconstrueerd moet de naam van beide constructeurs

als volgt op de machine voorkomen:

de naam van de constructeur van het frame

de naam van de constructeur van de motor

Dit geldt onder voorwaarde dat er geen commercieel belang bij betrokken is.

25 ALGEMENE SPECIFICATIE

De volgende specificaties zijn van toepassing op alle motoren en op alle wedstrijden.

Voor sommige wedstrijden kunnen aanvullende specificaties nodig zijn en deze worden

aangegeven in het Aanvullend Reglement van de betreffende wedstrijd.

25.01

Het gebruik van titanium in de constructie van het frame, de voorvork, het stuur, de achtervork

(inclusief de as) en wielassen is verboden. Voor wielassen is het gebruik van lichtmetaal

legeringen eveneens verboden. Het gebruik van bouten en moeren van titaniumlegering is

toegestaan.

25.05

Voor de de klassen tot en met de 125 cc zijn alleen één-cilinder motoren toegestaan.

25.06

Het aantal cilinders van een motor wordt bepaald door het aantal verbrandingskamers.

Als gescheiden verbrandingsruimten worden gebruikt moeten zij verbonden zijn door een

onbeperkte doorgang met een minimale doorsnede van minstens 50% van de totale inlaat.

27 START-INRICHTING

Een permanente startinrichting is verplicht.

29 AFSCHERMING OPEN OVERBRENGING

29.01

Op een (Bij) open draaiende primaire transmissie (kettingen) moet een deugdelijke

bescherming aangebracht zijn. ( Deze moet zo gevormd zijn dat de rijder of passagier

onder geen omstandigheden in aanraking kan komen met de ketting en de tandwielen).

29.02

Over het voorste kettingtandwiel moet een bescherming aangebracht worden.

Op de achtervork moet een kettingbeschermer zijn aangebracht zodat het niet mogelijk is

om met enig lichaamsdeel tussen de onderste kettingloop en het tandwiel te geraken.

31 UITLAATPIJPEN

Uitlaatpijpen en dempers moeten voldoen aan alle bepalingen met betrekking tot de geluidsmeting.

31.01

Het einde van de uitlaatpijp moet over een lengte van 30 mm horizontaal en evenwijdig

aan de hartlijn van de solomachine lopen (met een tolerantie van 10°) en mag niet meer

dan 5 mm buiten het einde van het demperlichaam uitsteken. Alle scherpe kanten moeten

afgerond zijn met een minimale radius van 2 mm (zie schema E).

- 25 -

31.02

De uitlaatgassen moeten achterwaarts blazen maar mogen geen stof veroorzaken, de banden

of remmen besmeuren of last veroorzaken voor de passagier of voor andere rijders. Alle

mogelijke maatregelen moeten worden genomen om eventueel verlies van olie te voorkomen

31.03

Het uiteinde van de uitlaatpijpen bij solo motorfietsen mag niet voorbij de verticale raaklijn

van de achterband steken (zie schema E).

31.04

Bij een motor met zijspan moet de uitlaat onder een maximale hoek van 30° ten opzichte

van de as van de machine, de gassen horizontaal achterwaarts blazen.

33 STUREN

33.01

De breedte van het stuur (solo en zijspannen) mag niet minder dan 60 cm en niet meer dan

85 cm zijn.

33.02

De sturen moeten voorzien zijn van stootbeschermers over de dwarsverbinding. Sturen

zonder deze dwarsverbinding moeten voorzien zijn van een bescherming die de stuurklemmen

ruimschoots bedekken.

33.05

Open stuureinden moeten afgedicht zijn met stevig materiaal of bedekt zijn met rubber.

33.08

Stevige aanslagen, anders dan een stuurdemper moeten zijn aangebracht om een minimale

afstand van 30 mm tussen het stuur met zijn hendels en enige vaste delen brandstoftank

te waarborgen als de stuurhoek maximaal is.

33.09

Stuurklemmen moeten zorgvuldig afgerond en bewerkt zijn om breuken in het stuur te

voorkomen.

33.10

Als handbeschermers worden gebruikt moeten deze van splintervrij materiaal zijn.

33.11

Het repareren van lichtmetalen sturen d.m.v. lassen is verboden.

35 BEDIENINGSHENDELS

35.01

Alle stuurhendels (koppeling, rem, enz.) moeten eindigen in een bolvorm (diameter minimaal

16 mm). Deze bol kan afgeplat zijn maar in alle gevallen moeten de randen afgerond

zijn (minimale dikte van het afgeplatte deel 14 mm). Deze uiteinden moeten volledig deel

uitmaken van de hendel.

35.03

Iedere bedieningshendel (hand- of voet-) moet bevestigd zijn op een onafhankelijk draaipunt.

- 26 -

35.04

Als de voetrem draait om de as van de voetsteun moet de rem onder alle omstandigheden

werken, zelfs als de voetsteun is verbogen of vervormd.

37 GASHENDELS DIT ART. VERVALT MET VERNUMMERING 37.01 NAAR 35.05

(37.01) 35.05

Het gashendel moeten zelfsluitend zijn als ze losgelaten wordt.

37. KORTSLUITCONTACT.

37.02

Op zijspannen en quads moet een ontstekingsonderbreker zijn aangebracht die in werking

treedt als de rijder de machine verlaat. Deze schakelaar moet het primaire ontstekingscircuit

onderbreken en voorzien zijn van bedrading voor de toevoer en de afvoer van de

stroom. Hij moet zo dicht mogelijk bij het midden van het stuur geplaatst zijn en bediend

worden door middel van een niet-elastisch koord van passende lengte en dikte dat bevestigd

is aan de rechterpols van de rijder. Een spiraalvormige kabel (zoals een telefoonkabel)

met een maximale lengte van 1 m is toegestaan.

37.03

Solo motorfietsen moeten voorzien zijn van een schakelaar of onderbreker die de motor kan

stoppen en gemonteerd is op de linker- of rechterkant van het stuur (binnen het bereik van

de handen als deze aan het stuur zijn).

39 VOETSTEUNEN

39.01

Voetsteunen mogen opklapbaar zijn maar dan moeten zij voorzien zijn van een mechanisme

waardoor zij automatisch in de normale stand terugkeren. Het einde van de voetsteun

moet ter bescherming voorzien zijn van een volledige afronding met een straal van

tm. 8 mm (zie schema's E en F ).

39.02

Als de voetsteunen niet van het opklapbare type of met rubber bekleed zijn, moeten zij zijn

afgerond met een bolvormige straal van tenminste 8 mm.

41 REMMEN

41.01

Alle motorfietsen moeten tenminste 2 goed werkende remmen (één op elk wiel) hebben die

onafhankelijk van elkaar werken en hetzelfde middelpunt als het wiel hebben.

41.02

Voertuigen in groep B moeten voorzien zijn van minstens twee goed werkende remmen op

tenminste twee van de wielen, onafhankelijk van elkaar werkend.

43 SPATBORDEN EN WIELBESCHERMING

43.01

Spatborden moeten zijdelings aan elke kant over de band heen steken.

43.02

Het voorspatbord moet de omtrek van het wiel zo afdekken dat de rijder wordt beschermd

tegen opgeworpen modder en stenen.

- 27 -

( Het voorspatbord moet tenminste 100E van de omtrek van het wiel bedekken. De hoek gevormd

door een lijn getrokken vanaf het uiteinde van het voorspatbord tot het middelpunt

van het wiel en een lijn horizontaal getrokken door het middelpunt van het wiel moet liggen

tussen 45E en 60E. De hoek gevormd door een lijn getrokken vanaf het uiteinde van het

achterspatbord tot het middelpunt van het wiel en een lijn horizontaal getrokken door het

middelpunt van het wiel mag niet groter zijn dan 20E (zie schema E en F).)

43.04

Het achterspatbord met afmetingen als aangegeven in de tekeningen E - moet tenminste

13 cm korter zijn dan de vertikale raaklijn langs de achterband ( in welke veerstand ook

gemeten). Het spatbord moet minstens het segment van een cirkel bedekken dat gevormd

wordt door een verticale lijn dwars door de achteras getrokken en de lijn die een hoek van

25 graden ( naar achter) met deze verticale lijn maakt. (zie schema E en F.)

43.05

De uiteinden van de spatborden moeten afgerond zijn met een straal van minimaal 8 mm

en maximaal 60 mm (zie schema E). Spatborden mogen alleen van buigzaam materiaal

(b.v. plastic) gemaakt zijn.

43.07

Als gegoten of gelaste wielen worden gebruikt moet een bescherming in de vorm van een

stevige schijf de spaken bedekken.

45 STROOMLIJNING

Geen enkele vorm van stroomlijning is toegestaan.

Radiator bescherming (schilden) moet gemaakt zijn van buigzaam materiaal (b.v. plastic).

47 WIELEN, VELGEN EN BANDEN

47.01

Voor Jeugd/Regio klassen gelden de volgende maximum wielmaten:

50cc automaten: a-wiel 10 inch - voorwiel 12 inch

65cc kleine wielen: a-wiel 12 inch - voorwiel 14 inch

65cc grote wielen: a-wiel 14 inch - voorwiel 17 inch

85cc kleine wielen: a-wiel 14 inch - voorwiel 17 inch

85cc grote wielen: a-wiel 16 inch - voorwiel 19 inch

Voor Jeugd/Regio deelnemers geldt dat er uitsluitend gespaakte wielen mogen worden

gebruikt.

47.02

Iedere verandering aan velg of spaken van een origineel wiel ( gegoten, geperst, geklonken)

zoals die door de fabrikant is geleverd, of aan een losse velg -uitgezonderd de spaken-,

het ventiel of de bandenklemmen of -bouten, is verboden. Deze schroeven, klemmen of

bouten moeten wel aanwezig blijven.

49 MOTORCROSS BANDEN

49.01

Scoops of schoepenbanden (doorlopende radiale noppen en/of banden met noppen

hoger dan 19,5 mm) zijn verboden.

- 28 -

49.02

Het band-oppervlak mag niet voorzien zijn van antislip spikes, speciale kettingen, enz.

53 AANVULLENDE SPECIFICATIES VOOR ZIJSPANNEN

53.01

Bij de groep zijspannen moet in alletrainingen en wedstrijden een passagier meegevoerd

worden.

53.02

De aandrijfkracht mag uitsluitend door het achterwiel van de motorfiets op de grond

worden overgebracht.

53.06

Het stuur moet stevig aan de vork bevestigd zijn. Het moet op een hoogte boven het

midden van buddyseat zitten. Het voertuig moet een balhoofd hebben dat evenals het

stuur, niet bevestigd mag zijn aan het niet-afgeveerde deel van de voorvering.

53.07

Om de wringing in de stuurinrichting te verminderen is het toegestaan de sporing van het

voorwiel met het achterwiel een verschil te laten hebben van maximaal 75 mm.

53.08

De brandstoftank moet op een behoorlijke en onafhankelijke manier beschermd zijn tegen

aanraking met de grond.

53.09

Meehellende zijspannen zijn strikt verboden.

53.10

Als het zijspan geen volledig deel uitmaakt van het frame, moet het minstens op drie

plaatsen aan de motorfiets bevestigd zijn. De bevestigingspunten mogen geen beweging

toelaten. Als de hellingshoek veranderlijk is moet deze zodanig worden vastgezet dat hij

stevig geborgd is en niet slechts geklemd.

53.11

De ruimte tussen motor en het zijspan moet middels een voldoende sterk netwerk van

banden of plaatwerk zo zijn afgeschermd dat de voet van de rijder de grond niet kan raken.

53.14

De minimale afmetingen van het zijspan voor de passagier zijn:

lengte: 1000 mm

breedte: 400 mm

Hoogte van het schutbord dat de passagier beschermt: 300 mm (zie schema F).

53.15

De grondspeling van het voertuig, gemeten wanneer de motorfiets belast is, mag niet

minder dan 175 mm zijn.

53.16

Voor de zijspannen moet het achterwiel en het zijspanwiel bedekt of beschermd zijn door

stevig materiaal.

- 29 -

53.20

De afstand tussen de sporen, achtergelaten door de hartlijnen van het achterwiel van de

motorfiets en die van het zijspan moet minimaal 800 mm en maximaal 1150 mm zijn.

53.21

Aan de tegenovergestelde kant van het zijspan mag de uitlaatpijp niet meer dan 33 cm

buiten de hartlijn van de machine steken. Aan de andere kant mag de uitlaatpijp niet buiten

de breedte van het zijspan uitsteken (zie schema F). Het uiteinde van de uitlaatpijp mag

niet verder reiken dan de verticale raaklijn aan de achterkant van de achterband. In het

geval dat het zijspan-platform korter is dan de achterband van de motorfiets mag de demper

de achterkant van dit platform niet overschrijden.

55 NUMMERPLATEN

Zij moeten als volgt bevestigd worden:

55.03

Zij mogen ovaal of rechthoekig van vorm zijn en moeten zijn gemaakt van stevig en buigzaam

materiaal, met minimale maten van 285 mm x 235 mm (zie schema O).

55.04

De nummerplaat mag een vast deel zijn van de vormgeving van de motor.

Zij mogen licht gebogen zijn (maar niet meer dan 50 mm in relatie tot het platte vlak) en

mogen niet gevouwen of afgedekt zijn.

55.05 Voornummerplaten

Eén plaat moet aangebracht zijn aan de voorkant en niet meer dan 30E achterwaarts

hellend. Tussen de cijfers van de nummerplaat mogen gaten worden geponst. Het feitelijke

nummer mag in geen geval doorboord worden.

55.06 Zijnummerplaten

Zijnummerplaten moeten zijn aangebracht boven een horizontale lijn, getrokken door de as

van het achterwiel. De voorkant van de plaat moet tm 20 cm achter een door de voetsteunen

van de rijder getrokken verticale lijn zitten. Zij moeten zo worden bevestigd dat zij

duidelijk zichtbaar zijn en mogen niet worden afgedekt door enig deel van de motorfiets of

door de rijder als deze in rijhouding zit. In plaats van losse platen kan een ruimte van dezelfde

afmetingen in matte kleuren op het chassis geschilderd worden.

55.07

De cijfers moeten duidelijk leesbaar zijn en evenals de ondergrond in matte kleuren zijn om

spiegeling door het zonlicht te voorkomen. De minimale afmetingen van de cijfers zijn:

hoogte van het cijfer: 140 mm

breedte van elk cijfer: 80 mm

lijndikte: 25 mm

ruimte tussen cijfers: 15 mm

55.08

De Engelse cijfervorm moet worden gebruikt. Dat is een enkele verticale lijn voor de "een" en

een enkele schuine, niet gestreepte, lijn voor de "zeven" (zie schema O en P).

55.09

Alle andere nummers of tekens op een motorfiets die aanleiding tot verwarring kunnen

geven met het echte nummer moeten vóór de start van de wedstrijd worden verwijderd.

- 30 -

55.10

Rond de nummerplaten moet een ruimte van tenminste 5 cm open gelaten worden waarop

geen enkele reclame mag voorkomen. Motorfietsen met nummerplaten die niet voldoen

aan deze regel zullen geen toestemming krijgen om aan de wedstrijd deel te nemen.

Ook als gebruik wordt gemaakt van transponders, dan moet een ruimte van 1 cm boven en

onder het nummer -waarin geen reclame mag staan- vrij gelaten worden. Ter linker- en

rechterkant van de nummers mag geen enkele reclame voorkomen.

55.12 Nummerplaat kleuren

De kleuren van de achtergrond en de cijfers verschillen, afhankelijk van de klasse van de

motorfiets en het soort wedstrijd. De bijzonderheden worden voor elke wedstrijd in het Aanvullend

Reglement aangegeven.

De volgende kleuren moeten gebruikt worden; de kleuren moeten mat zijn en overeenkomen

met de RAL kleurcode tabel, d.w.z.:

Zwart

9005

Geel

1003

Groen

6002

Wit

9010

Rood

3000

Er moet een duidelijk onderscheid zijn tussen de kleur van het nummer en de achtergrondkleur

(bijv. wit nummer = donkere achtergrond; zwart nummer =lichte ondergrond).

MX 1 witte achtergrond - zwarte nummers

MX 2 zwarte achtergrond - witte nummers

MX 3 gele achtergrond - zwarte nummers

Zijspannen: gele achtergrond - zwarte cijfers

Quads: gele achtergrond - zwarte nummers

(vervalt 125 cc zwarte achtergrond - witte nummers

(250/450 (Nat.) gele achtergrond - zwarte nummers

(Open klasse: gele achtergrond - zwarte nummers

(4-takt: witte achtergrond - zwarte nummers)

55.12.1 Voor Jeugd/ Regio (Junior) wedstrijden:

50 cc – automaat: witte achtergrond - rode nummers

65 cc - kleine wielen: zwarte achtergrond - witte nummers

65 cc - grote wielen: gele achtergrond - zwarte nummers

85 cc - kleine wielen: groene achtergrond - witte nummers

85 cc - grote wielen: blauwe achtergrond - witte nummers

MX2 Jeugd: witte achtergrond - zwarte nummers

MX2 Regio: rode achtergrond - witte nummers

Open klasse Regio: gele achtergrond - zwarte nummers

Art. 55.12.4 – verplaatst naar 55.12 ( Zijspannen: gele achtergrond - zwarte cijfers)

- 31 -

63 BRANDSTOF (BRST/OLIEMENGSEL VERVALT)

Alle motorfietsen moeten lopen op loodvrije benzine zoals deze term in het algemeen

begrepen wordt. Gedurende het seizoen kunnen steekproefsgewijs hierop testen worden

uitgevoerd, waarbij een loodwaarde van maximaal 0.005 g/l toelaatbaar is.

Dit art. vervalt ( 63.06.3)

(Wanneer een brandstoftest wordt bevolen door de Jury als gevolg van een protest dan zal

de verliezende partij alle kosten van de brandstoftests dragen – is in MSR geregeld)

65 UITRUSTING EN BESCHERMENDE KLEDING

Kleding en schoeisel

Tijdens de training en de wedstrijd moeten de rijders en de passagiers de volgende kleding

en schoeisel dragen:

65.01 Voor Motocross

Rijders en passagiers moeten broeken en handschoenen dragen van duurzaam materiaal.

Alleen de rijders moeten laarzen tot kniehoogte van leer of een gelijkwaardig materiaal dragen.

Om schaafwonden tijdens een ongeluk te voorkomen moeten de armen van rijders en

passagiers geheel bedekt zijn met beschermend kledingstuk van geschikt materiaal.

65.07 Materiaal gelijk aan leer

De volgende kenmerken van het materiaal moeten tenminste gelijk zijn aan een runderhuid

met een dikte van 1,5 mm (ongesplitst).:

65.07.1 Vuurvastheid

65.07.2 Weerstand tegen doorschuren

65.07.3 Wrijvingsfactor op alle soorten asfalt

65.07.4 Zweetabsorptie-kwaliteit

65.07.5 Medische test - niet giftig en niet allergeen

65.07.6 Materiaal van een kwaliteit die niet smelt

67 HET DRAGEN VAN HELMEN

Gedurende training en wedstrijd moet de deelnemer zodra hij op zijn motor zit om aan de

training of wedstrijd deel te nemen een goed bevestigde, beschermende en in goede

staat verkerende helm dragen die - voor wat betreft de KNMV-startbewijshouder - is voorzien

van een geldige 'KNMV- jaarsticker' voor motorsporthelmen.

De helm moet een goede pasvorm hebben op het hoofd van de deelnemer. De keurmeester

zal zich van de pasvorm en bevestiging op het hoofd kunnen overtuigen. Daarbij mag

een kinband niet over de kin getrokken kunnen worden en mag de helm, ook niet met

enige kracht naar voorwaartse- of achterwaartse richting van het hoofd gekanteld kunnen

worden.

Alleen helmen met een kinband als retentiesysteem zijn toegestaan.

In motorcross is het gebruik van minimaal een jethelm, al dan niet met een afneembaar

kinstuk verplicht. Helmen waarvan de buitenschaal uit meer dan 1 deel bestaat zijn alleen

toegestaan als ze bij geval van een ongeval snel en eenvoudigweg zijn af te nemen alleen

en slechts door de kinbandsluiting te openen of de kinband door te snijden. Andere sluitingen

mogen dit niet verhinderen.

Voor de jeugdsportklassen in motorcross geldt dat - op advies van de Medische Commissie

- het gebruik van een helm met een doorlopend en uit hetzelfde schaalmateriaal bestaand

kinstuk, met een gewicht van meer dan 1500 gram, NIET is toegestaan.

- 32 -

69 HELM-INSPECTIE VOOR KNMV STARTBEWIJSHOUDERS

69.1.1 Toelatingsmerk

Elke in een KNMV evenement te gebruiken helm moet zijn voorzien van een geldig 'KNMV

toelatingsmerk' voor motorsporthelmen.

De KNMV geeft haar toelatingsmerk motorsporthelmen slechts af voor die helmen waarvan

de fabrikant of diens -bij een Kamer van Koophandel ingeschreven - vertegenwoordiger op

de Nederlandse markt, voor het betreffende merk en type helm bij de KNMV een typetoelating

heeft verkregen. Een aanvraag tot toelating moet worden ingediend bij het secretariaat

der KNMV te Arnhem en moet vergezeld gaan van een duidelijke vermelding van het

helmenmerk en typeaanduiding, van een duidelijke kleurenfoto of fabrieksfolder en een

omschrijving van de technische specificatie van schaalmaterialen, opbouw en eventuele

bijzonderheden. De aanvraag moet tevens het voor deze helm verleende ECE- goedkeuringsnummer

-ten minste met specificatie ECE 22-05- vermelden.

69.1.2 Type-toelating

Een toelating wordt per helmtype verleend, voor een termijn van vier jaren.

Een toelating ontslaat een fabrikant niet van zijn wettelijke productaansprakelijkheidsverplichting.

69.1.3 Lijst van toelatingen

De KNMV publiceert voor aanvang van een kalenderjaar in haar Bondsorgaan "Motor" de

lijst met verleende en voor dat jaar geldende 'toelatingen motorsporthelmen'. Tussentijdse

toelating kan in de jaarlijst worden opgenomen en zal afzonderlijk worden gepubliceerd.

De lijst zal vermelden, het handelsmerk en typenaam van de helm, het daarbij behorende

ECE- goedkeuringnummer en de naam van de aanvragende fabrikant of diens importeur/

vertegenwoordiger.

69.2 Inspectie van helmen

Een KNMV jaarsticker als bedoeld in artikel 69.1.1 wordt door de Technische Commissie van

de KNMV op een helm aangebracht nadat bij inspectie is gebleken;

dat het betreffende merk en type voorkomt op de jaarlijst van toelatingen als bedoeld in

artikel 69.1.3 dat de helm is voorzien van het officiële ECE- goedkeuringslabel of een door

de FIM erkend goedkeuringslabel welke vast in de helm is bevestigd en goed leesbaar

aangeeft, het betreffende goedkeurings- en serienummer;

dat er sprake is van een winkelnieuwe, dus ongebruikte en in goede staat verkerende helm

of -naar het oordeel van de TC- in nieuwstaat verkerende helm;

dat er aan deze helm geen andere dan door/ vanwege de fabrikant aangebrachte

veranderingen zijn doorgevoerd, die een inbreuk op de ECE- goedkeuringsnorm betekenen.

Immers in dat geval zal dat als een helm zonder goedkeuringslabel worden aangemerkt.

69.2.1 Geldigheidsduur

Een KNMV jaarsticker heeft een geldigheid van ten hoogste vier jaren. Hiervoor wordt een

sticker met jaartalaanduiding in een wisselende kleur gebruikt. Een helm waarvan de

geldigheid van het toelatingsmerk is vervallen kan niet opnieuw worden voorzien van een

jaarsticker. Kortom; een helm heeft in de motorsport een maximale 'gebruiksduur' van vier jaren.

Helmen, die naar het oordeel van de TC door een beschadiging -bijvoorbeeld na een

val- of anderszins niet meer voldoen aan de voorwaarden in dit Reglement, of waaraan

anderszins een defect wordt waargenomen, verliezen hun toelating. Hiertoe zal de keurmeester

de KNMV jaarsticker van de helm verwijderen.

- 33 -

69.2.2 Verplichting rijder

Het is de plicht van de rijder, zijn helm bij de aanvang van een nieuw motorsportjaar bij de

TC ter inspectie aan te bieden. Het is ook de plicht van een rijder zijn helm, nadat hij bij een

botsing is betrokken geweest, terstond bij de TC ter inspectie aan te bieden. De betreffende

nummers van de helm worden vastgelegd en de helm kan voor nader onderzoek in bewaring

worden gehouden.

71 OOGBESCHERMING

Het gebruik van brillen, roll-offs alsmede van helmvizieren en "tear-offs" is toegestaan. Het

materiaal dat voor oogbescherming en brillen wordt gebruikt moet splintervrij zijn. Vizieren

mogen niet één geheel met de helm vormen. Oogbescherming die visuele vertekening

veroorzaakt (bekrast, enz.) mag niet gebruikt worden.

76 NUMMERHESJES

Startnummers op de hesjes of gedrukt op het shirt van de rijders moeten met het volgende

overeenkomen:

76.01

De kleur van het nummer moet sterk contrasterend zijn met de achtergrond.

76.02

Ruimte tussen de cijfers: 1,5 cm

Hoogte van het nummer: minimaal 20 cm

Breedte van het nummer: minimaal 10 cm voor een-cijferig nummers

minimaal 20 cm voor twee-cijferig nummers

minimaal 25 cm voor drie-cijferig nummers

Breedte van het teken: 3 cm

76.06

Minimale vrije ruimte rond het nummer zonder reclame: 5 cm.

76.07

Hesjes van plastic materiaal moeten, om voldoende ventilatie te hebben, geperforeerd zijn.

76.08

Startnummers die rijders op hesjes of T-shirts dragen moeten overeenkomen met het startnummer

in de wedstrijd in kwestie. Verder moeten zij die zowel in de training als in de

wedstrijd dragen.

77 KEURING ALGEMEEN.

Een rijder is, met inachtneming van art. 110.3 van het Motorsport Reglement en art. 9.10 van

het Motocross Reglement, te allen tijde verantwoordelijk voor zijn machine.

77.01.5

De rijder of zijn monteur moet zijn machine bij de technische keuring aanbieden binnen de

tijdlimiet die in het Aanvullend Reglement gesteld is. Op verzoek van de technische official

moeten de rijders zelf bij de technische keuring aanwezig zijn.

77.01.7

De technische official heeft het recht om op elk moment van het evenement (de wedstrijd)

elk deel van de motorfiets te bekijken of te inspecteren.

- 34 -

77.02

Iedere rijder die verzuimt te doen wat hieronder wordt verlangd kan van de wedstrijd worden

uitgesloten. De wedstrijdleider kan iedere persoon, die zich niet houdt aan onderstaande

regels of iedere rijder die een gevaar is voor andere deelnemers of toeschouwers,

verbieden aan de training of wedstrijden deel te nemen.

77.02.1

De technische keuring voorafgaande aan de wedstrijd wordt uitgevoerd in overeenstemming

met de procedure en de tijd die in het Aanvullend Reglement van de wedstrijd is

vastgelegd. Hieronder tevens te verstaan, een keuring op de geluidsproductie overeenkomstig

hoofdstuk 79 (de zgn. statische- of FIM-meting). Het maximum aantal personen dat bij

de technische keuring aanwezig mag zijn is de rijder plus twee personen.

77.02.2

De rijder of monteur moet een schone motorfiets in overeenstemming met dit KNMV reglement

aanbieden. De brandstoftank moet maximaal 0,5 liter brandstof bevatten.

77.02.3

De rijder moet zijn uitrusting aanbieden. De helm moet overeenkomstig art. (01.) 69 gemerkt

zijn.

77.02.5

De geluidscontrole kan als eerste worden uitgevoerd. De uitlaatdemper kan gemerkt

worden.

7.02.8

Iedere rijder mag bij de technische keuring maximaal twee motorfietsen onder zijn naam en

nummer ter keuring aanbieden.

77.02.9

Tussen de manches mag de rijder van machine wisselen. De uiteindelijke keus moet minimaal

10 minuten voor de start van iedere manche gemaakt worden.

77.02.10

Voor iedere start kan de technisch official in de opvangruimte de controle op het merkteken

op de uitlaat en de uitrusting van de rijders uitvoeren.

77.02.11

Tijdens de wedstrijd kan de technisch official de motoren en de uitrusting van de rijders

controleren in de reparatieruimte. Hij houdt toezicht op werkzaamheden die aan de

machine worden uitgevoerd teneinde er zeker van te zijn dat een motorfiets geen bron van

gevaar vormt.

77.03 Parc Fermé (77.02.12)

Overeenkomstig artikel 140.1 van het Motorsportreglement kan door de wedstrijdleider

worden bepaald dat na afloop van de manche of wedstrijd 1 of meer motoren in het parc

fermé moeten worden geplaatst voor een technische - of geluidscontrole. De rijder -of diens

helper- is verplicht alle gevraagde medewerking aan dit onderzoek te verlenen.

Deze machines moeten tot 30 minuten na de aankomst van de winnaar in het parc fermé

blijven, voor het geval van een protest of als verder onderzoek nodig is.

Deelnemers moeten hun machines binnen 30 minuten na de openstelling van het parc

fermé, of na afloop van een controle op vertoon van hun startlicentie ophalen. Na deze tijd

hebben de bewakers van het parc fermé niet langer de verantwoordelijkheid over de

achtergebleven machines.

- 35 -

77. 03. 1 (77.02.14)

Als een motorfiets bij een ongeluk betrokken is moet de technisch official de machine

controleren om er zeker van te zijn dat geen beschadiging van ernstige aard is opgetreden.

Het is echter de verantwoordelijkheid van de rijder om zijn machine samen met de helm en

kleding voor deze herkeuring aan te bieden. Als de helm zichtbaar beschadigd is moet de

technisch official de toelatingssticker van deze helm verwijderen.

77.05 Gevaarlijke machines

Als tijdens de training of wedstrijd een technisch official vindt dat een machine beschadigd

is en een gevaar voor de andere rijders kan inhouden, dan moet hij onmiddellijk de wedstrijdleider

of zijn assistent hiervan in kennis stellen. Zie ook art. 9.04.1 van het Motocross

Reglement.

79 GELUIDSCONTROLE VOLGENS DE STATISCHE METHODE

Het geluid in de competitie voor het ONK Motocross en andere – speciaal aangewezen –

Internationale wedstrijden wordt gecontroleerd volgens onderstaande methode.

79.01

Met de microfoon gehouden op een afstand van 50 cm van de uitlaatpijp onder een hoek

van 45º, gemeten vanaf de zwaartelijn van het uiteinde van de pijp en de hoogte van de

uitlaatpijp maar minimaal 20 cm boven de grond. Als dit niet mogelijk is moet de microfoon

45º omhoog gehouden worden.

79.03

In geval van een verplichte voor-keuring worden de dempers na goedkeuring gemerkt en

het is verboden deze daarna te wisselen, behalve voor een reservedemper die eveneens

gekeurd en gemerkt moet zijn. Zonder deze goedkeuring kan een motor niet tot de wedstrijd

worden toegelaten.

79.04

De rijder houdt de motor draaiend in de vrijstand en voert het toerental op tot het vereiste

aantal omwentelingen per minuut bereikt is (RPM). De meting wordt uitgevoerd als het

vereiste aantal omwentelingen per minuut bereikt is.

79.06

De zuigersnelheid voor motocross (13 m/s) is slechts een referentie.

Voor het gemak, mogelijk gemaakt door de eenvormige slag van de huidige motocrossmotoren

binnen de inhoudsklassen, wordt de test uitgevoerd bij een vast motortoerental van

motoren :

tot 85 cc 8000 omw./min.

boven 85 tot 125 cc 7000 omw/min.

boven 125 tot 250 cc 5000 omw/min.

boven 250 tot 500 cc 4500 omw/min.

boven 500 cc 4000 omw/min.

79.07

Het geluidsniveau voor machines met meer dan een cilinder wordt gemeten aan het einde

van iedere uitlaatpijp.

79.08

Een machine die niet voldoet aan de geluidseisen kan meerdere keren bij de keuring vóór

de wedstrijd worden aangeboden.

- 36 -

79.11 De geluidslimiet

In de competitie voor het ONK Motocross en andere –speciaal aangewezen - Internationale

wedstrijden is de maximale geluidswaarde 97 dB/A, gemeten volgens Hoofdstuk 79 van dit

Reglement.

79.12

Gedurende de keuring mag het omgevingsgeluid binnen een straal van 5 meter van de

motor niet hoger zijn dan 90 dB/A.

79.13

De instrumenten voor geluidscontrole moeten voldoen aan de internationale norm IEC 651,

type 1 of type 2. De geluidsmeter moet regelmatig worden gekalibreerd voor controle en

afregeling van de meter tijdens de gebruiksperiode.

79.14

Er wordt in de stand "slow" gemeten. Een geluidskeuring moet niet plaatsvinden in de

regen. Motoren worden gemeten met de windrichting afzijdig van de microfoon.

79.15

Als gevolg van de invloed van de omgevingstemperatuur op de geluidstesten is bij 20º de

aanwijzing correct. Voor controles, uitgevoerd bij temperaturen beneden de 10º, is er een

tolerantie van + 1 dB/A en voor controles beneden 0º is de tolerantie + 2 dB/A.

79.16

Indien tijdens een training of wedstrijd een uitlaat in het ongerede raakt waardoor een

overmatig lawaai wordt veroorzaakt zal de deelnemer, indien hij dit niet terstond repareert

uit de wedstrijd of training worden genomen. Zie ook art. 9.04.1 van het Motocross Reglement.

Tijdens een training of wedstrijd kan langs de baan -op een acceleratiepunt- een

selectiemeting worden gehouden, op 7,5 m uit het hart van de ideale rijlijn (baan en)

onder een hoek van 45 graden in de rijrichting. In geval van een extreme overschrijding zal

de rijder overeenkomstig dit artikel een nameting ondergaan.

79.17 Eindmeting

In een wedstrijd waar naar het oordeel van de wedstrijdleider, in samenspraak met het

hoofd technische dienst een nakeuring van de machines nodig is voordat de uitslagen

bekendgemaakt wordt, kan deze keuring ook een geluidskeuring omvatten. In dat geval

wordt een tolerantie van 1 dB/A toegepast. In overeenstemming met art. 200 van het

Motorsportreglement wordt overeenkomstig artikel 9.10 van het Motocross Reglement bij

overschrijding van deze eindnorm (inclusief de hierboven toegekende toleranties) een

tijdstraf of, indien er geen tijdopname is, terugzetting in de rangschikking opgelegd.

79.18

De eindmeting wordt overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk 79 als volgt uitgevoerd:

- Bij aanvang van de controle wordt de meter geijkt;

- De meting vindt plaats zo snel mogelijk na binnenkomst in het PF en bij warme motor;

aan de motor mag niet meer worden ‘gesleuteld’.

- Bij een te hoge waarde in de eerste meting wordt de meting direct herhaald;

- Bij een tweede overschrijding volgt terstond rapportage aan de WL;

- WL legt overeenkomstig art. 9.10 MX-reglement een tijdstraf op of roept de Jury bijeen;

- Bij overschrijding is art 77.03 (. 77.02.12) van dit Reglement van toepassing.

- 37 -

80 GELUIDMETING VOLGENS DE DYNAMISCHE METHODE – DE BAANMETING

In de competitie voor motocrossklassen Jeugd – Regionaal en bij Districtswedstrijden wordt

met ingang van 2004 geluid gemeten volgens onderstaande methode.

80.1

Tijdens training en wedstrijd wordt zo mogelijk langs de baan op een acceleratiepunt een

geluidsmeting van alle individueel langskomende motoren gedaan. De microfoon is geplaatst

op 7,5 m uit het hart van het hoofdrijspoor en onder een hoek van 45 graden in de

rijrichting. De meetvoorwaarden genoemd in art. 79.13, 79.14, 79.15 en 79.16, 1e lid zijn van

toepassing.

80.2

Gedurende tenminste in drie ronden gemeten mag het geluidsniveau op de baan van de

individueel genoteerde rijder niet hoger zijn dan de vastgestelde dB/A-norm. Een registratie

van de gemeten waarden – inclusief de doorkomst en het rijnummer- wordt ten spoedigste

aan de WL overhandigd.

80.3

De BAANnorm; de in voorgaand artikel genoemde dynamische meting wordt uitgevoerd

volgens het Meetprotocol Geluidmetingen Baan (MGB). In de competitie voor de klassen

Nationaal – Jeugd/Junior en bij Districtswedstrijden, mag onder die omstandigheden een

individueel gemeten motor niet meer geluid maken dan 104 dB/A.

In overeenstemming met art. 200 van het Motorsportreglement wordt overeenkomstig artikel

9.10 van het Motocross Reglement bij overschrijding van deze BAANnorm (inclusief de hierbij

toegekende toleranties) een tijdstraf of, indien er geen tijdopname is, terugzetting in de

rangschikking opgelegd. Het gestelde in art. 77.01 van dit reglement blijft volledig toepasbaar.

Toelichting: in deze competitie vindt dus geen nameting in het PF plaats, de overschrijding

van de baan-norm is maatgevend. Een vrijwillige voor-meting kan bij de machinekeuring

worden gevraagd maar kan ook niet maatgevend zijn omdat hier sprake is van

twee geheel van elkaar verschillende meetmethoden. Het art. 77.01 verwijst naar de ‘eigen

verantwoordelijkheid’ van de rijder. Uitgangspunt is dat er gereden wordt met motoren die

gedempt zijn overeenkomstig de Enduro-norm (94 dB/A) bij een meting volgens Hfdst. 79

van dit reglement. Dit is slechts een hulpmiddel voor de rijder om te beoordelen of zijn motor

niet te veel lawaai zal maken en kan nooit dienen tot een vrijpleiten maar het is dus wel

belangrijk de motor regelmatig op deze waarde te (laten) controleren! Het door een motor

geproduceerde geluid wordt beïnvloed door de hoedanigheid van de baan en bijvoorbeeld

door de onderhoudstoestand van de demper. Daarom zal niet op elk circuit en op

elke wedstrijd bij dezelfde motor steeds hetzelfde lawaai worden gemeten.

83 AANVULLENDE SPECIFICATIES VOOR QUADS

83.02 Typen

Er is geen beperking op het merk, constructie of type motorfiets buiten die hieronder gespecificeerd

zijn. De cilinderinhoud moet minimaal 250cc en maximaal 350cc (2 cilinders max.)

en 500cc (1 cilinder) zijn. De aandrijving moet gebeuren via de achterwielen en alleen door

één starre as.

83.03 Wielen

Maximale diameter van de wielvelg: 12 inches. Er is geen beperking voor de maat van het

voorwiel. Het is verboden gespaakte wielen te gebruiken. Wielen moeten worden beschermd

door goede spatborden van zacht synthetisch materiaal. Ieder wiel moet geremd

- 38 -

zijn. Voorremmen moeten worden bediend door een hendel aan het stuur en de achterrem

door de rechtervoet.

Bij een achteras uit een geheel voldoet één rem voor beide achterwielen.

83.04 Banden

Art. 49 is van toepassing

83.05 Totale breedte

De totale breedte moet 1300 mm zijn.

83.06 Bescherming

Achter de zitting moet zich een bumper buis bevinden. De lengte en de breedte van de

bumper moeten eindigen boven het achterste deel van het kettingwiel.

Tussen de wielen aan voor- en achterzijde van het voertuig moet eveneens een dergelijke

bumper (buis) zijn aangebracht.

Aan beide zijden moet tussen de wielen op ashoogte een beschermings buis (staaf) worden

aangebracht om te voorkomen dat de wielen van de voertuigen in elkaar haken. De ruimte

tussen deze bumperbuis en de motor moet middels een voldoende sterk netwerk van

banden of door plaatwewerk zo zijn afgeschermd dat de voet van de rijder de grond niet

kan raken ( zie tek. Q).

(vervalt De beschermingsstaaf moet naar onder afgedekt zijn met een -geperforeerdemetalen

of glasfiber plaat om te voorkomen dat de rijder met de voeten beklemd raakt

tussen de wielen. Een soortgelijke bumper moet aan de voorzijde gemonteerd worden om

te voorkomen dat de wielen in elkaar haken.)

83.07 Hendels en stuur

Moeren van de stuurkogels moeten middels een zichtbare borging (bv borgdraad) tegen

loslopen zijn geborgd.Art. 33 en 35 zijn van toepassing.

83.08 Kortsluitcontact (Gashendel)

Art. 37 is van toepassing.

83.09 Geluid

Art. 80 (Art. 79) is van toepassing.

83.10 Nummerplaten

Vier nummerplaten zijn nodig:

- Een plaat voor aan de machine bevestigd, ter hoogte van de koplamp en naar voren

wijzend.

- Een plaat aan iedere kant van de machine, bevestigd op het achterspatbord.

- Een plaat, bevestigd op de achterbumper.

83.10.4

De platen moeten een gele ondergrond met zwarte cijfers hebben. Zij moeten centraal en

zo verticaal mogelijk geplaatst worden. Zie art. 55 voor de afmetingen.

83.10.5

De rijder moet zijn rijnummer op zijn shirt of hesje dragen.

Art. 65 en 71 zijn van toepassing.

83.12 Algemeen

Het voertuig moet technisch in perfecte staat zijn en moet voldoen aan de eisen van de

technisch official. Het gestelde in artikel 77 -controle- is onverkort van toepassing.

- 39 -

- 40 -

- 41 -

- 42 -

- 43 -

- 44 -

kijk voor meer op

http://www.knmv.nl/pub/files/_pdf/sport/motocross.pdf