M.O.N  Motorcrossregels

 

INHOUDSOPGAVE: Pagina

Artikel 01 : Toepassing 2

Artikel 02 : Start- en trainingsbewijzen 2

Artikel 03 : Medische keuring 3

Artikel 04 : Categorieën 3

Artikel 05 : Inschrijving 3

Artikel 06 : Keuring 4 + 5

Artikel 07 : Geluid 5 + 6

Artikel 7A : Milieubepalingen 6

Artikel 08 : Nummerborden 7

Artikel 09 : Cilinderinhoud 7

Artikel 10 : Vlaggentekens 8

Artikel 10A: Tijdwaarneming 8

Artikel 11 : Trainingen 8

Artikel 12 : Fuik 9

Artikel 13 : Start 10

Artikel 14 : Rijtijden 10

Artikel 15 : Kampioenswedstrijden 11 + 12

Artikel 16 : Puntentelling 12

Artikel 17 : Promotie / degradatieregeling 13

Artikel 18 : Deelname Europees Kampioenschappen 14

Artikel 19 : Protesten 15

Artikel 20 : Gedragingen 15

Artikel 21 : Straffen 16

Artikel 21A: Rijden in het rennerskwartier 16

Artikel 22 : Aanvullend reglement Jeugdcross 16 t/m 19

Artikel 23 : Algemene bepalingen 19

Algemene informatie plus aantekeningen 20

Dit reglement is van kracht m.i.v. 1 januari 2005

Waar in dit reglement wordt gesproken over startbewijshouders cq. deelnemers kan ook worden

gelezen startbewijshoudsters cq. deelneemsters.

2

Artikel 01: Toepassing Dit reglement is van toepassing op motorcrosswedstrijden, trainingen en andere evenementen

georganiseerd onder auspiciën van vereniging MON.

Artikel 02: Start- en trainingsbewijzen

A. Startbewijzen

Om te kunnen deelnemen aan bondswedstrijden dient men in het bezit te zijn van een door

vereniging MON uitgegeven geldig startbewijs (of introductiestartbewijs).

De startgerechtigde leeftijden zijn:

Blasterklasse : 12 jaar

125 cc en 250 cc : 15 jaar

500 cc, Zijspannen, Quads : 16 jaar

De maximum leeftijd voor deelname is 65 jaar (bepalend is de leeftijd die men heeft bereikt op

1 januari van het jaar).

Voor de leeftijden van de jeugd verwijzen we naar artikel 22, punt 4.

De voorwaarden waaronder gebruik kan worden gemaakt van een 2e startbewijs

zijn als volgt:

- De minimum leeftijd is 15 jaar;

- Bij aanvraag van twee of meer startbewijzen moet de aanvrager aangeven in welke klasse hij

wenst deel te nemen aan het kampioenschap;

- Is er een wedstrijd in de klasse waarin een rijder een 1e startbewijs heeft, en dus gekozen

heeft voor deelname aan het kampioenschap in die klasse, dan kan hij op dezelfde dag niet

deelnemen in een klasse waarvoor hij een 2e of daaropvolgend startbewijs heeft.

- De aanvangsleeftijd voor het verkrijgen van een startbewijs is de dag waarop de aanvrager de

leeftijd van 6 jaar bereikt.

Deelname aan clubwedstrijden, ook indien door niet bij vereniging MON aangesloten

verenigingen georganiseerd, is toegestaan als er voor de vereniging MON startbewijshouder op

die dag geen wedstrijd is.

De houder van een start-, trainings- of dagverzekeringsbewijs van vereniging MON wordt ten

alle tijde verantwoordelijk geacht voor het gebruik daarvan, ongeacht of daarvan zelf of door

anderen gebruik gemaakt wordt.

B: Trainingsbewijzen

Trainingsbewijzen worden op aanvraag door Vereniging MON verstrekt. Hiermee kan men

deelnemen aan regio- en clubwedstrijden, alsmede aan trainingen in clubverband.

Trainingsbewijshouders kunnen in de liefhebbersklasse deelnemen als zij één jaar geen

startbewijs meer bezitten.

Deelname aan regio- en clubwedstrijden is W.A. verzekerd mits hiervoor door vereniging MON

een dekkingsbewijs is afgegeven.

Vastgestelde leeftijd voor uitgifte van een trainingsbewijs is maximaal 6 maanden vóór het

bereiken van de startgerechtigde leeftijd voor een startbewijs in dezelfde categorie(en)

- De maximum leeftijd is 70 jaar (bepalend is de leeftijd die men heeft bereikt op

1 januari van het jaar),

- De aanvangsleeftijd van het verkrijgen van een trainingsbewijs is de dag waarop de aanvrager

de leeftijd van 6 jaar bereikt.

- zijspanklasse : 14 jaar;

- overige klassen : 6 maanden voor het bereiken van de startgerechtigde leeftijden, zoals vermeld

op het startbewijsaanvraagformulier. Dit met uitzondering van de jeugdklassen a, b en c.

Deelnemers zijn verplicht tijdens trainingen en / of wedstrijden het trainings- of startbewijs bij

zich te dragen en op verzoek te tonen aan daartoe bevoegden.

Bij overschrijving van start- of trainingsbewijs op eigen verzoek of bij verlies tijdens het

kalenderjaar zal een bedrag van 10,00 aan administratiekosten worden berekend.

Bij overschrijving naar een andere klasse dient een startbewijshouder uiterlijk

3 dagen voor de eerstvolgende wedstrijd het nieuwe startbewijs te hebben aangevraagd.

3

Alle aanvragen en verzoeken dienen via het verenigingssecretariaat te geschieden.

Omzetten van het startbewijs naar een andere vereniging kan alleen na goedkeuring

van beide verenigingen.

Start- cq. trainingsbewijshouders kunnen alleen rechten doen gelden via de vereniging, vermeld

op het start- cq. trainingsbewijs.

De houder van een start-, trainings- of dagverzekeringsbewijs van vereniging MON wordt ten

alle tijde verantwoordelijk geacht voor het gebruik daarvan, ongeacht of daarvan zelf of door

anderen gebruik gemaakt wordt.

Artikel 03: Medische keuring

Om in het bezit te komen van een startbewijs is een medische goedkeuring voor

motorterreinsport vereist, die, tenzij het keuringsbewijs anders vermeldt, geldig is voor maximaal

2 jaar (vanaf de 36 jaar 1 jaar). Een sportkeuringsbewijs mag niet ouder zijn dan 1 jaar.

Ernstige blessures dienen via het bondsbureau aan de medische commissie te worden gemeld.

De bondsarts kan herkeuring voorschrijven.

Er worden uitsluitend sportkeuringformulieren geaccepteerd zoals deze worden uitgegeven door

vereniging MON en de SMA s (Sport Medische Adviescentra)

Voor rijders van 60 jaar en ouder ( bepalend is de leeftijd die men heeft bereikt op 1 januari van

het jaar) is een jaarlijkse SMA-sportkeuring verplicht.

De SMA-sportkeuring is voor rijders van 60 jaar en ouder dus slechts 1 jaar geldig.

Artikel 04: Categorieën

De klassen zijn verdeeld in vijf categorieën, t.w.:

Cat. Junioren. Cat. Senioren. Cat. Nationalen. Cat. Inters. Cat.Jeugd.

125 cc 125 cc 125 cc * 125 cc Jeugd/veteranen

250 cc 250 cc 250 cc 250 cc Clubklasse

500 cc 500 cc 500 cc 500 cc Liefhebbersklasse

Zijspan Zijspan zie art. 22, punt 1.

Quads

Blasters

* mits voldoende startbewijsaanvragen in deze categorie.

Voor de bekerverdeling in de klasse veteranen zal iedere startbewijshouder in deze klasse door

de sportcommissie worden gekwalificeerd als inter-, nationaal, senior of juniorrijder.

Artikel 05: Inschrijving

Inschrijving geschiedt op de wedstrijddag op vertoon van het geldig startbewijs.

Het inschrijfbedrag wordt bepaald door de A.L.V.

Inschrijftijden zijn: inschrijven van: training vanaf:

- Quads en Blasters: 08.30 - 09.00 uur. 09.30 uur

- Junioren en seniorenklassen: 08.30 - 09.00 uur. 09.30 uur

- Nationale klassen: 08.30 - 09.00 uur 09.30 uur

- Inters en zijspanklassen: 09.00 - 10.00 uur. 10.15 uur

- Internationale wedstrijden: 08.15 - 08.45 uur. 09.00 uur

Afwijkende tijden worden in het bondsblad vermeld.

Per inschrijver verstrekt de organiserende vereniging 2 toegangsbewijzen.

Inschrijven zonder machine, alsmede deelname aan de wedstrijd zonder inschrijving is strafbaar.

Voor een na-inschrijving wordt 3,00 administratiekosten in rekening gebracht.

4

Artikel 06: Keuring Iedere deelnemer is verplicht in volledig wedstrijdtenue de machine (s) vóór de training te laten

keuren bij de daarvoor aangewezen official, e.e.a. met niet draaiende motor. Hierbij wordt

speciaal gelet op:

A. Machine:

- losse spaken, wielen, bouten en / of moeren;

- speling op voorvork en / of balhoofd;

- deugdelijke stuurbeschermer;

- goedwerkende voor - en achterrem;

- ronde knoppen aan rem- en koppelingshendels;

- deugdelijke en goed zichtbare nummerplaten en cijfers (zie art.8);

- opklapbare en goed functionerende voetsteunen en beschermroosters onder de

voetsteunen (quads);

- zijspan beugels mogen niet buiten de bak uitsteken;

- overige scherpe uitsteeksels;

- gietwielen dienen te worden afgeschermd;

- een goed functionerend stroomonderbrekingcontact bij zijspanmotoren, quads en

blasters;

- onverantwoorde banden, b.v. schoepbanden, banden met spikes;

- voor quads/blasters mag de diameter van het achterwiel max. 10 inch zijn;

er zijn geen bepalingen voor de maat van het voorwiel;

- de voertuigbreedte voor quads en blasters mag max. 135 cm zijn;

- voor - en achterwielen moeten voldoende zijn afgeschermd;

- het is verboden om gespaakte wielen te gebruiken;

- ieder wiel moet geremd zijn;

- bij een achteras uit een geheel voldoet één rem voor beide achterwielen;

- aan beide zijden tussen de wielen moet een staaf aangebracht worden om te

voorkomen dat de wielen in elkaar haken;

- achter de zitting moet zich een bumper bevinden, de lengte en de breedte van

de bumper moet eindigen boven het achterste deel van het kettingtandwiel.

een soortgelijke bumper moet aan de voorzijde gemonteerd worden om te

voorkomen dat de wielen in elkaar haken.

Machines die niet aan de voorschriften voldoen, een gevaar opleveren voor anderen of niet ter

keuring zijn aangeboden, worden niet tot de training en wedstrijd toegelaten.

B. Kleding:

- het dragen van shirts met lange mouwen;

- puur nylon is toegestaan mits niet direct op de huid gedragen;

- degelijke en goedpassende helm, spoilers op de helmen plaatsen

verboden, mits originele fabrieksuitvoeringen;

- crossbroek gemaakt van geschikt materiaal;

- het is verplicht een bodyprotector te dragen tijdens trainingen alsook wedstrijden

- een bodyprotector moet van deugdelijk materiaal zijn samengesteld waarbij een

voorwaarde is dat de protector bescherming aan zowel de borst- als de rug moet

geven;

- hoog gesloten laarzen van deugdelijk materiaal;

- deugdelijke handschoenen;

- het dragen van loswapperende sjaaltjes en los hangend haar van onder de helm uit

is verboden.

5

C. Algemeen:

- machines die tijdens de wedstrijd gebreken vertonen kunnen, dan wel moeten, uit

de wedstrijd worden genomen;

- machines die duidelijk te veel geluid produceren of de rijder of zijn collega`s in

gevaar brengen, moeten uit de wedstrijd worden genomen;

- is een rijder uit de wedstrijd genomen, dan dient hij, alvorens de wedstrijd te

hervatten, zich te melden bij de wedstrijdleiding voor herkeuring van zijn machine

en kleding;

- wordt deelgenomen met machines met verlichting dan dient deze afdoende te zijn

afgeplakt;

- brildragende deelnemers wordt geadviseerd een sportbril te dragen met plastic

lenzen.

- Rijders welke door de wedstrijdleiding uit de wedstrijd worden genomen kunnen

geen aanspraak maken op punten voor zowel dagklassering als NK klassering voor

betreffende manches

Artikel 07: Geluid

Bronmetingen:

De geluidsproductie aan de bron (motor) mag tijdens trainingen en wedstrijden de 94 dB(A)

niet overschrijden, metingen geschieden periodiek en volgens de daarop betrekking hebbende

wettelijke meetmethode.

De toerentallen waarbij gemeten wordt zijn als volgt:

Tot en met 85 cc 8000 toeren per minuut

Tot en met 125 cc 7000 toeren per minuut

Tot en met 250 cc 5000 toeren per minuut

Tot en met 500 cc 4000 toeren per minuut

Tot en met 650 cc 4000 toeren per minuut

Tot en met 750 cc 2 cilinders 5000 toeren per minuut

Tot en met 950 cc 2 cilinders 4500 toeren per minuut

De deelnemer is ten alle tijde verplicht zijn motor voor geluidskeuring aan te bieden.

Als er tijdens een keuring op enigerlei wijze schade aan de motor zou ontstaan, zal MON op geen

enkele wijze aansprakelijkheid aanvaarden voor de ontstane schade.

De meting:

- Gemeten wordt met de microfoon van de geluidsmeter op een afstand van 50 centimeter

van het uiteinde van een uitlaatpijp, onder een hoek van 45 graden gemeten van de

lengtehartlijn van de demper en op dezelfde hoogte, maar tenminste 20 centimeter boven

de grond.

- De demper (s) worden na goedkeuring, gemerkt.

- Het is niet toegestaan de demper na een keuring te wisselen, behalve met een demper die

(op dezelfde dag en motor) ook goedgekeurd en gemerkt is.

- De keurmeester dient de motor in de vrijstand te laten draaien op bovenvermelde

toerentallen.

- Bij meercilinder motoren kan het geluid aan elk uitlaateinde gemeten worden.

- Tijdens de meting mag het omgevingslawaai de 90 dB(A) niet overschrijden binnen een

straal van 5 meter rondom het meetpunt.

- Indien tijdens een training of wedstrijd een uitlaat (of een deel daarvan) in ongerede raakt,

waardoor naar het oordeel van een official (s) een overmatige geluidsproductie wordt

6

veroorzaakt, zal de deelnemer indien hij niet terstond repareert, door de official (s) uit de

wedstrijd of training worden genomen.

Nacontrole:

- Indien door de wedstrijdleider beslist wordt dat de eerst aankomende motoren (of alle

anderen door hem aangewezen motoren) een nacontrole dienen te ondergaan, waarbij een

geluidskeuring kan zijn inbegrepen, geldt dan op de voorgeschreven geluidsnormen een

tolerantie van 2 dB (A).

- Een dergelijke nacontrole op geluid kan worden gehouden, zonder dat voor aanvang van

de wedstrijd of training op die dag het geluid werd gemeten.

- Motoren aangewezen door de wedstrijdleiding om een nacontrole te ondergaan dienen

overeenkomstig het reglement in de hiervoor aangewezen ruimte te worden geplaatst en

daar te blijven, totdat de wedstrijdleiding deze motoren zal vrijgeven om verwijderd te

worden.

Circuitmetingen:

Naast de bronmetingen zullen er ook circuitmetingen plaatsvinden.

Deze zullen volgens de volgende methode worden verricht:

- Door de daartoe aangewezen official(s) wordt een geschikte plaats voor het meten van

circuitgeluid gekozen, bijvoorbeeld een acceleratiepunt direct na een bocht.

- Tijdens de meting mag het omgevingslawaai de 90 dB(A) niet overschrijden binnen een

straal van 5 meter rondom het meetpunt.

- De microfoon van de geluidsmeter wordt geplaatst op een afstand van 7,50 meter van de

hartlijn van het meest gekozen rijlijn van de deelnemers.

- Motoren van rijders die tijdens deze metingen de 104 dB(A) minimaal 3 maal

overschrijden dienen afzonderlijk aan de bron nagemeten te worden. De motoren van

deze rijders dienen direct na afloop van de manche naar de ruimte aangewezen voor

geluidsmetingen te worden gebracht en daar direct te worden nagemeten.

- Indien tijdens de nameting blijkt dat wèl wordt voldaan aan de gestelde eisen van de

bronmeting, zal de deelnemer een waarschuwing ontvangen dat bij een volgende

overschrijding van bron en/of circuitmeting er automatisch een diskwalificatie zal volgen

voor de daaropvolgende manche, ongeacht de wedstrijddag waarop deze wordt verreden.

- Indien tijdens de nameting blijkt dat niet wordt voldaan aan de gestelde eisen van de

bronmeting, zal de deelnemer automatisch gediskwalificeerd worden voor de

daaropvolgende manche, ongeacht de wedstrijddag waarop deze wordt verreden.

Dempers:

- Een geluiddempende inrichting moet op deugdelijke wijze aan de uitlaat zijn bevestigd,

dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding.

- Losse materialen om tijdens een meting het geluidsniveau omlaag te brengen zijn

verboden.

Artikel 07 A: Milieubepalingen

- De rijder is verplicht milieubeschermende maatregelen te nemen ter voorkoming van

uitlekken in de bodem van olie en/of benzine.

- De rijder is ten alle tijde tijdens vereniging MON wedstrijden en trainingen verplicht

gebruik te maken van een door vereniging MON goedgekeurde milieumat, type Gerba

motormat met de afmetingen 100 (B) x 160 (L) cm.

- Na gebruik dient men de mat te deponeren bij een erkend chemisch afvaldepot onder

vermelding van oliehoudende stoffen

- Bij overtreding van deze verplichting zal opgetreden worden conform de strafmaat zoals

genoemd in art. 21 A onder 1 van dit reglement.

7

- De rijder is er aan gehouden te rijden met loodvrije benzine welke normaal bij een

merkbenzine station te verkrijgen is.

- Het afspuiten van motoren of andere voorwerpen is alleen toegestaan op, of in het door de

organisator aangewezen en duidelijk kenbaar gemaakt gebied, of voorziening.

- Het is te allen tijden verboden chemische middelen te gebruiken bij het reinigen van

motoren

- Indien geen afspuitplaats voorhanden is, is het afspuiten van motoren zonder

toestemming van de organisatie verboden.

-

Artikel 08: Nummerborden

Elke machine dient voorzien te zijn van drie nummerborden, overeenkomstig de hieronder

weergegeven schets, een aan de voorkant, een aan de linker- en een aan de rechterzijde.

Geperforeerde nummerborden zijn verboden.

Zogenaamde sier- en / of schaduwletters en reclamestickers of ander reclame uitingen zijn niet

toegestaan, de beoordeling of sprake is van sier- en / of schaduwletters komt uitsluitend toe aan

het bestuur van Vereniging MON.

Bij startnummers 1 t/m 9 mogen de cijfers

maximaal 40 mm. dik en 150 mm. breed

zijn.

Bij de 50, 65 en 85cc motoren moet de

hoogte van de cijfers minimaal 150 mm

bedragen.

Kleur + cijfers van de nummerborden:

* Junioren = zwarte + witte cijfers;

* Senioren = groene platen + witte cijfers;

* Nationalen = witte platen + zwarte cijfers;

* Inters en zijspan = gele platen + zwarte cijfers;

* Quads en Blasters = gele platen + zwarte cijfers.

Quads en Blasters voeren een extra nummerplaat, bevestigd haaks aan de stootbeugel, aan de

achterzijde van de machine.

De kleurnummers van de nummerplaten en cijfers zijn:

Kleur geel RAL 1003 Kleur groen RAL 6002

Kleur wit RAL 9010 Kleur zwart RAL 9005

Artikel 09: Cilinderinhoud:

De cilinderinhoud bedraagt per klasse:

Tweetaktmotoren: Viertaktmotoren:

* Klasse 125 cc : 95 cc tot en met 125 cc 175 cc tot en met 250 cc

* Klasse 250 cc : 132 cc tot en met 250 cc 290 cc tot en met 399 cc

* Klasse 500 cc: 300 cc tot en met 500 cc 400 cc tot en met 650 cc

* Quads : vanaf 125 cc tot maximaal vanaf 125cc tot en met 1000 cc

1000cc (maximaal 4 cilinders) *

inclusief de toegestane tolerantie van 5%

* Blasters : maximaal 200 cc niet van toepassing

luchtgekoelde motoren

8

* Zijspan : voor zowel tweetakt als viertakt motoren: 350 tot maximaal 1000cc (inclusief

de toegestane tolerantie van 5 %)

Tolerantie cilinderinhoud:

Voor alle soloklassen / blasters is 5% tolerantie naar boven toegestaan.

Inhoudsbepaling van de cilinder geschiedt met de volgende formule:

0.785 x diameter x diameter x slag. Diameter en slag dienen in centimeters te worden gemeten

met een nauwkeurigheid tot twee cijfers achter de komma

Artikel 10: Vlaggentekens

Groene vlag/ fluitsignaal = teken dat niet-deelnemers de fuik moeten verlaten en

de motoren kunnen worden gestart.

Zwart-wit geblokte vlag = finishvlag / startvlag.

Zwart vlag + zwart bord met daarop

startnummer van de deelnemer = teken om deze deelnemer uit de wedstrijd te nemen.

Geel bord met zwart cijfer 1 = aanduiding laatste ronde.

Witte vlag = teken aan te dubbelen deelnemer om vrije doortocht te

verlenen.

Gele vlag ** = gevaar !!! extra opletten, snelheid minderen, inhalen

verboden (in gebruik bij baancommissarissen).

Rode vlag = stopgebod !!! Alleen in gebruik bij startmeester.

Blauwe vlag = uitrit van baan naar rennerskwartier.

Het negeren van de gele vlag tijdens training en/of wedstrijd wordt zondermeer bestraft

met diskwalificatie uit betreffende manche waarin de overtreding is geconstateerd.

Ten aanzien van het al dan niet negeren is de visie van de betrokken baancommissaris en/of

official doorslaggevend.

Artikel 10A: Tijdwaarneming.

De tijd- en klasseringopname gebeurt zo mogelijk met behulp van transponders.

Iedere deelnemer is in dit geval verplicht voor aanvang van trainingen / wedstrijden een

goedfunctionerende transponder te monteren op de motorfiets waarmee hij deelneemt.

Het goed functioneren van de transponder is de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemer.

Een niet goed functionerende transponder wordt ( soms ) niet geregistreerd met als gevolg dat er

geen opname in de uitslag zal plaatsvinden.

Transponders worden door Vereniging MON op naam uitgegeven.

Alleen de deelnemer waaraan een transponder is toegekend mag van deze transponder gebruik

maken. De transponder dient op de voorgeschreven plaats gemonteerd te worden.

De voorgeschreven plaats voor montage met de bijgeleverde montagebeugel is aan de

voorvorkpoot aan de linker of rechterzijde en achter het nummerbord op een deugdelijke wijze.

Ondanks het gebruik van transponders mogen er geen reclame uitingen op de nummerborden

worden aangebracht (zie verder artikel 8)

De deelnemers is ten allen tijde verantwoordelijk voor juiste montage en functioneren van de

transponder. Bij de trainingen zullen de transponders van alle rijders gecontroleerd worden.

Indien geconstateerd wordt dat de transponder van een deelnemer niet (goed) functioneert zal,

zoveel als mogelijk, de deelnemer daarvan in kennis gesteld worden.

Alle nadelige gevolgen door het niet functioneren van de transponder komen volledig voor

rekening en risico van de deelnemer. Daartegen kan geen protest worden aangetekend.

De houder van een transponder wordt ten alle tijde verantwoordelijk geacht voor het gebruik

daarvan ongeacht of daarvan zelf of door anderen gebruik gemaakt wordt.

Deelnemers met een 0 nummer rijden zonder transponder.

Bij de administratie is de mogelijkheid aanwezig kopieën te verkrijgen met uitzondering van

trainingstijden, tegen de daarvoor vastgestelde prijs.

9

Artikel 11: Trainingen. Deelname aan trainingen is verplicht.

De training vóór de wedstrijd is bedoeld als baanverkenning.

De volgorde van de trainingen is conform de in het bondsblad vermelde volgorde van

klassenindeling. De tijdsduur van een training is 8 minuten.

Voor E.K. wedstrijden is dat 15 minuten en conform het IMBA-reglement.

De wedstrijdleiding is bevoegd de wedstrijdindeling en trainingstijden aan te passen

indien noodzakelijk. Proefstarts op het startterrein zijn toegestaan, indien andere deelnemers niet

in gevaar worden gebracht.

Is er een lint of andere afzetting gespannen over het startterrein, dan zijn proefstarts verboden.

Natraining is mogelijk in overleg met de wedstrijdleider en / of fuikmeester.

Degene die natraint mag de laatste deelnemer(s) van de klasse die op dat moment rijdt, niet

inhalen.

Artikel 12: Fuik

Alvorens men zich naar de startlijn begeeft, stelt men zich op in de fuik.

De opstelling is als volgt:

- bij trainingen volgens binnenkomst in de fuik;

- voor de eerste manche volgens loting;

- voor de tweede en volgende manches volgens klassering in de voorafgaande manche;

- Bij series: voor alle series volgens loting;

voor herkansing volgens loting;

voor finale: volgens uitslag uit de series: 1-1, 2-2, 3-3, enz, enz.

en vervolgens de geklasseerden uit de herkansing(en) in dezelfde volgorde als uit de series.

Voor de finale plaatsen zich uit elke serie 16 rijders plus 10 rijders uit de herkansing.

Wedstrijden niet tellend voor het kampioenschap:

- Bij alle wedstrijden die niet tellend zijn voor de kampioenschappen voor junioren, senioren,

nationalen, quads, blasters en inters wordt voor de 1e manche geloot.

Voor de volgende manche(s) wordt gestart volgens klassering van de 1e manche;

Kampioenswedstrijden:

- Bij alle kampioenswedstrijden: de eerste manche volgens loting; de volgende manche volgens

klassering in de eerste manche;

- Ingaande de tweede kampioenswedstrijd is voor alle klassen de opstelling volgens de

stand in het kampioenschap (deelnemers zonder punten stellen op volgens loting);

opstelling in de 2e manche volgens klassering van de 1e manche;

- Deelnemers met een afvaardiging verlaten voor de eerste manche juist voor

de deelnemers met een 0 -nummer de fuik; in de overige manches volgens klassering.

- Deelnemers met 0 nummers loten niet mee; zij verlaten in alle manches als laatste de fuik;

- Wordt een wedstrijd verreden met series / herkansing en finalemanche dan kunnen aan de finale

manche maximaal 5 deelnemers worden toegevoegd bestaande uit buitenlanders met een

afvaardiging of deelnemers met een 0 nummer. Indien deze rijders zich plaatsen dan worden

zij voor de finale aan de (42) geselecteerde deelnemers toegevoegd.

10

- Rijders met een 0 nummer zijn geen uitgangspunt voor tijdwaarneming.

Het fuiknummer moet door de deelnemer persoonlijk worden getrokken bij de ingang van de

fuik, in wedstrijdtenue en met machine. Het ruilen van fuiknummers is verboden.

Na het hijsen van de groene vlag of geven van een fluitsignaal, kunnen de motoren worden

gestart.

Uiterlijk 3 minuten ( bij EK wedstrijden is dat 5 minuten) na het geven van het signaal beginnen

de deelnemers in volgorde, te beginnen met het laagste fuiknummer, de fuik te verlaten, daarna

wordt de startprocedure niet meer onderbroken.

Artikel 13: Start

Er wordt naar gestreefd per manche of serie niet meer dan 46 (zijspan 30) deelnemers aan de start

toe te laten.

Het is niet toegestaan zich voorafgaande aan de start zonder motor in de startzone te bevinden.

Na positie te hebben gekozen achter het starthek is het niet meer toegestaan deze plaats vrij te

maken voor een ander.

De coureurs stellen zich vrijelijk op achter een poortje binnen de gemarkeerde ruimte, de tweede

startrij wordt achter de markering geformeerd.

- Zijspannen, Quads en Blasters kiezen telkens positie achter twee rode of twee blanke

starthekpoortjes.

- Indien er min 10 deelnemers zijn ingeschreven in de klasse quads en ook minimaal 10

deelnemers in de klasse Blasters is de mogelijkheid aanwezig aparte manches rijden met

de gebruikelijke rijtijd van 15 min + 1 ronde.

- Bij onvoldoende inschrijvingen rijden beide klassen samen, waarbij de quads

plaatsnemen achter het star hek en de Blasters zich opstellen op de 2e startrij.

- Na het vallen van het starthek voor de quads blijven de Blasters op de 2e startrij staan en

worden na 10 seconden gestart middels een vlagsignaal.

- De wedstrijdleiding is bevoegd om uit overwegingen van onder meer de veiligheid

anders te beslissen ten aanzien van de startprocedure.

- De start geschiedt middels starthek, elastiek of vlag, enkele ogenblikken nadat de laatste

deelnemer zich heeft opgesteld.

- Bij gebruik van de startklok valt het hek als de wijzer zich bevind in het groene vlak van

de klok.

- Een deelnemer die een valse start veroorzaakt kan worden teruggezet naar de laatste

plaats in de fuik.

- Bij het veroorzaken van meerdere valse starts volgt diskwalificatie.

Na een valse start gaan de deelnemers terug naar de fuik en nemen de plaats in die hen

was toegewezen.

- De wedstrijdindeling hangt zichtbaar op de jurybus / administratieruimte

Artikel 14: Rijtijden

Rijtijden per klasse bij series/ herkansingen:

Juniorenklassen : 10 minuten + 1 ronde;

Seniorenklassen : 12 minuten + 1 ronde;

Nationale klassen : 14 minuten + 1 ronde;

Interklassen : 16 minuten + 1 ronde.

Rijtijden per klasse bij manches zijn:

Quads/Blasters : 15 minuten + 1 ronde;

Junioren : 15 minuten + 1 ronde;

Senioren : 17 minuten + 1 ronde;

11

Nationalen : 19 minuten + 1 ronde;

Inters : 21 minuten + 1 ronde;

Zijspannen : 18 minuten + 1 ronde.

De wedstrijdleiding is bevoegd in noodsituaties de rijtijden te wijzigen.

Deelnemers worden hiervan tijdig in kennis gesteld.

Bij voortijdige beëindiging van een manche door de wedstrijdleiding is voor het toekennen van

punten een minimum van 2/3 minus 1 ronde van de totale rijtijd noodzakelijk.

Artikel 15: Kampioenswedstrijden

Het kampioenschap wordt als volgt verreden:

A: Kampioenschappen voor Junioren, Senioren en Nationalen:

Alle wedstrijden die worden verreden in de periode 1 mei t/m 31 oktober, behoudens de

bijzondere evenementen en wedstrijden tijdens de door vereniging MON vastgestelde

vakantieperiode, tellen mee voor de kampioenschappen in de categorieën Junioren, Senioren en

Nationalen.

Deelname aan het kampioenschap is mogelijk voor:

a. Rijders die per 1 mei in het bezit zijn van een eerste startbewijs in de betreffende klasse.

b. Rijders die op het moment dat ze 16 jaar worden vanuit de 125cc Jeugdklasse overkomen.

Als het kampioenschap voor een bepaalde junior, senior en nationale klasse is afgesloten, dan

bestaat, voor de eerste drie van het kampioenschap in die klasse, de mogelijkheid om dispensatie

aan te vragen om gedurende de resterende wedstrijden van dat seizoen buiten mededinging deel

te mogen nemen in de klasse waarnaar zij op grond van hun prestaties in het kampioenschap

promoveren.

Worden er series en herkansing gereden, dan wordt er 1 finalemanche verreden voor toekenning

van kampioenspunten

B: Nederlands kampioenschap voor Interklassen / Quads / Blasters:

Er worden per klasse maximaal 12 NK-wedstrijden verreden in de periode 1 maart t/m 31

oktober met uitzondering van de door de A.L.V. vastgestelde vakantieperiode, indien anders

vermeld in het bondsblad Motorsportnieuws .

Bij N.K wedstrijden in de Interklassen 125 cc , 250 cc en 500 cc is deelname met een 2e of

volgend startbewijs en met een introductiestartbewijs niet toegestaan.

Algemeen.

Deelname in een klasse waarvan de manches tellen voor het kampioenschap is mogelijk:

A. Met geldig startbewijs in die klasse.

B. Een officiële afvaardiging van bij I.M.B.A. aangesloten bonden.

C. Voor leden van de organiserende clubs met een 0 nummer. (m.u.v. deelname

in de Interklassen).

- De wedstrijden worden bekendgemaakt op de officiële sportkalender: Ingelaste wedstrijden

dienen zo mogelijk minimaal twee weken voor aanvang bekend te worden gemaakt aan de

startgerechtigde rijders.

- Een rijder kan slechts in één klasse deelnemen aan het NK.

- NK-wedstrijden worden uitsluitend verreden op zon- en feestdagen. Wedstrijden waarvan het

12

klassement over meerdere dagen wordt opgemaakt, komen niet in aanmerking voor promotie

en/of degradatie (b.v. Paas / Pinkstertrofee).

- Deelnemers op afvaardiging worden alleen opgenomen in het dagklassement.

- Deelnemers met een 0-nummer komen niet in aanmerking voor opname in het dag en/of

NK-klassement.

- Voor het bepalen van de netto eindstanden tellen alle verreden manches.

- Bij een gelijk aantal punten is het aantal manche overwinningen beslissend, daarna het aantal 2e

plaatsen enz.

- Is er dan nog geen beslissing dan is het resultaat van de laatste manche in de cyclus bepalend.

- Indien een rijder het startbewijs gedurende de vereniging MON kampioenscompetitie

laat overschrijven naar een andere klasse, dan vervallen, als de kampioenscompetitie in een van

beide klassen nog niet is afgesloten, eventueel in de vorige klasse behaalde kampioenspunten.

Voor de andere rijders worden de kampioenspunten niet aangepast.

- Is een deelnemer geschorst of gediskwalificeerd voor een manche of wedstrijd die meetelt voor

het kampioenschap, dan mogen deze niet worden afgetrokken.

- De 10 hoogst geklasseerde rijders in de Interklassen hebben het volgende jaar recht op het

startnummer, corresponderend met de uit te geven nummers in die klasse, indien ze in dezelfde

klasse blijven rijden. Wordt hiervan geen gebruik gemaakt, dan wordt het vrijgekomen nummer

niet uitgegeven aan een andere rijder.

- De kampioenstatus van een kampioenswedstrijd vervalt indien 3 dagen voor of na deze

wedstrijd een door IMBA aangemelde wedstrijd wordt verreden in diezelfde klasse.

- De uitreiking van kampioensbekers geschiedt tijdens de jaarlijkse kampioenshuldiging,

per klasse worden drie bekers uitgereikt.

Artikel 16: Puntentelling

De puntentelling is als volgt:

- 01e plaats = 30 punten - 08e plaats = 15 punten - 15e plaats = 6 punten

- 02e plaats = 27 punten - 09e plaats = 13 punten - 16e plaats = 5 punten

- 03e plaats = 25 punten - 10e plaats = 11 punten - 17e plaats = 4 punten

- 04e plaats = 23 punten - 11e plaats = 10 punten - 18e plaats = 3 punten

- 05e plaats = 21 punten - 12e plaats = 9 punten - 19e plaats = 2 punten

- 06e plaats = 19 punten - 13e plaats = 8 punten - 20e plaats = 1 punt.

- 07e plaats = 17 punten - 14e plaats = 7 punten

Deze telling wordt per manche toegepast voor zowel het dagklassement als het

kampioensklassement en is van toepassing op alle klassen.

Om geklasseerd te worden dient men zonder hulp van derden de finish te passeren.

Dagklassement: In het dagklassement wordt de deelnemer met het hoogst aantal behaalde punten

winnaar, eindigen rijders gelijk in punten dan is het resultaat van de laatste manche

doorslaggevend.

Wil een deelnemer in het algemeen aanspraak kunnen maken op punten, dan dient men minimaal

2/3 van het door de winnaar afgelegde aantal ronden te hebben verreden.

13

Mocht een rijder uitvallen en 2/3 van het aantal door de winnaar gereden ronden afgelegd

hebben, dan zal deze in de eindstand als laatste in de ronde waarin werd uitgevallen worden

opgenomen.

Worden er series, herkansing en finale gereden, dan worden 30 promotie/ kampioenspunten

toegekend aan de winnaar van de finalemanche, 27 punten aan nummer 2 en 25 punten aan

nummer 3, etc.

Artikel 17: Promotie- degradatieregeling

Promotiepuntentelling

De promotiepuntentelling is als volgt:

01e plaats = 30 punten 06e plaats = 19 punten

02e plaats = 27 punten 07e plaats = 17 punten

03e plaats = 25 punten 08e plaats = 15 punten

04e plaats = 23 punten 09e plaats = 13 punten

05e plaats = 21 punten 10e plaats = 11 punten

Deze telling wordt toegepast per manche.

Promotie geschiedt:

- Vanuit de categorieën Junioren, Senioren en Nationalen, met uitzondering van de

kampioensperiode.

- Bij het winnen van drie opeenvolgende wedstrijden.

- Bij het bereiken van 300 punten.

- Bij onderbezetting van een hogere klasse, zullen rijders met het hoogst gemiddelde aantal

punten -behaald in het lopende seizoen en/of in het voorgaande seizoen worden overgeplaatst

door de sportcommissie.

- Op eigen verzoek (schriftelijk via de vereniging), na goedkeuring door de sportcommissie.

- Rijders onder voorbehoud in een klasse geplaatst, kunnen ten allen tijde overgeplaatst worden

naar een hogere klasse, indien de resultaten daartoe aanleiding geven.

- Worden series, herkansing en finale gereden, dan worden 30 promotiepunten

toegekend aan de winnaar van de finalemanche, 27 aan nummer 2,

25 aan nummer 3, etc.

- Promotiepunten behaald in het lopende en het voorafgaande seizoen in 2 of

meer verschillende categorieën Junioren, Senioren en Nationalen worden samengeteld

voor de beoordeling of iemand moet promoveren.

- Promotiepunten worden niet toegekend aan wedstrijden welke verreden worden in het

vóórseizoen, de vereniging MON-vakantieperiode en het naseizoen.

Wedstrijden tellend voor promotie / degradatie worden uitsluitend verreden op zon- en

feestdagen. Wedstrijden waarvan het klassement wordt opgemaakt over twee dagen, b.v

Paas- en Pinkstertrofee komen niet in aanmerking voor promotie / degradatie punten.

Degradatie geschiedt:

Degradatie geschiedt aan de hand van het degradatie puntensysteem, waarin het

gemiddelde berekend wordt van de verreden manches.

14

Toekenning degradatie punten, de winnaar van de manche krijgt het aantal punten

toegekend bepalend van het aantal deelnemers van betreffende manche, aan de laatst

aankomende wordt nog 1 punt degradatiepunt toegekend

In de periode van 1 mei t.e.m 31 oktober kunnen geen degradatie verzoeken ingediend

worden.

1. Bij overbezetting van een klasse

2. Op verzoek van de sportcommissie

3. Op schriftelijk verzoek van de club, na goedkeuring van de sportcommissie.

Algemeen.

Rijders ouder dan 45 jaar zijn vrijgesteld van promotie naar de interklassen.

Verzoeken tot degradatie vanuit een bepaalde klasse worden slechts in behandeling genomen

wanneer een coureur gedurende 12 maanden in die klasse is uitgekomen en aan 50 % van de

wedstrijden in dat jaar heeft deelgenomen.

De klasse moet een minimale bezetting hebben van 50 startbewijshouders en een gemiddelde

opkomst hebben van 35 deelnemers per wedstrijd.

Artikel 18: Deelname Europese Kampioenschappen

A. Voor deelname aan wedstrijden tellend voor het E.K geschiedt selectie uit rijders uit de

Interklasse(n) die in het Nederlands Kampioenschap van het voorafgaande jaar een plaats bij

de eerste 10 in het eindklassement hebben behaald. De selectie geschiedt als volgt:

Voor de soloklassen: de eerst 4 rijders van het team uit de eerste tien van het eindklassement

van het kampioenschap van het voorafgaande jaar, welke schriftelijk op het einde van het jaar

hiervoor gevraagd worden.

Rijders welke niet tekenen voor deelname aan EK komen het gehele jaar niet meer in

aanmerking .

Het EK -team 250/500 cc wordt als volgt samengesteld: 1 x rijder 250 cc, 1 x 500 cc, 1 x 250 cc,

1 x 500 cc etc. totdat er 4 rijders geselecteerd zijn.

In de periode tussen aanvang van het seizoen en 14 dagen voor de eerste EK-wedstrijd van het

nieuwe seizoen tellen alle wedstrijden (met een maximum van 5 wedstrijden) mee voor selectie.

Selectie van de 5e en volgende rijders in het team: de 5e en ook de volgende plaatsen in het team

worden bepaald aan de hand van de eerste 10 van zowel de 250 en 500 cc selectiewedstrijden,

met uitzondering van 4 NK geselecteerde rijders.

De rijder met het hoogste aantal punten (volgens het kampioenspuntensysteem zoals genoemd in

art. 16) na de selectiewedstrijden die nog niet gekwalificeerd is voor het EK-team, komt in

aanmerking voor de 5e plaats in het team.

Alleen rijders die het gehele voorafgaande seizoen een startbewijs van Vereniging MON hebben

gehad, komen in aanmerking voor deze 5e plaats.

Indien de winnaar van de voorselectiewedstrijden niet aan deze eis kan voldoen, komt hij in

aanmerking voor de 6e plaats in het team.

Bij de selectie van het EK-team 250/500cc wordt een klassement opgemaakt over een gelijk

aantal verreden wedstrijden van de 250cc en de 500cc.

Bij een gelijk resultaat is het aantal manche overwinningen beslissend, geeft dit nog geen

beslissing dan het aantal tweede plaatsen etc.

Is er dan nog geen beslissing, dan is het resultaat van de laatste manche bepalend.

Indien uit het kampioenschap en selectie wedstrijden geen volledig EK team samengesteld kan

worden, zal aan de hand van de stand van het kampioenschap op dat moment rijders aangevuld

worden.

Voor de zijspanklasse: de eerste 3 combinaties uit de eerste tien van het eindklassement van het

kampioenschap van het voorgaande jaar. welke schriftelijk op het einde van het jaar hiervoor

gevraagd worden.

Rijders welke niet tekenen voor deelname aan EK komen het gehele jaar niet meer in aanmerking

.

15

In de periode tussen aanvang van het seizoen en 14 dagen voor de eerste EK-wedstrijd van het

nieuwe seizoen tellen alle wedstrijden (met een maximum van 5 wedstrijden) mee voor selectie.

Selectie van de 4e en volgende combinaties in het team: de 4e en ook de volgende plaatsen in het

team worden bepaald aan de hand van de eerste tien uit de selectiewedstrijden, met uitzondering

van 3 NK geselecteerde rijders.

De combinatie met het hoogste aantal punten (conform art. 16) komt in aanmerking voor de 4e

plaats in het EK team.

De tweede plaats na de selectiewedstrijden geeft recht op de 5e plaats in het EK-team.

Alleen rijders die het gehele voorafgaande seizoen een startbewijs van Vereniging MON hebben

gehad komen in aanmerking voor deze 4e plaats.

Indien de winnaar van de voorselectiewedstrijden niet aan deze eis kan voldoen, komt hij in

aanmerking voor de 5e plaats in het team.

Indien uit het kampioenschap en selectie wedstrijden geen volledig EK team samengesteld kan

worden, zal aan de hand van de stand van het kampioenschap op dat moment rijders aangevuld

worden.

De eerste 5 rijders in een EK-team voor de soloklassen en de eerste 4 combinaties in het

EK-zijspanteam komen in aanmerking voor reisvergoedingen.

B. Deelnemers aan het EK dienen rekening te houden met toekenning van een nummer dat

afwijkt van het nationale startnummer.

De Europees Kampioen van een voorafgaand seizoen heeft automatisch recht op deelname

en op het voeren van nummer 1 tijdens de E.K. wedstrijden in dezelfde klasse waarin hij

Europees kampioen is geworden.

C. Heeft een rijder getekend voor deelname aan E.K. wedstrijden, dan kan bij afmelding niet

worden deelgenomen aan nationale wedstrijden op de data waarop EK-wedstrijden worden

verreden.

D. Selectie voor deelname aan door IMBA erkende Internationale wedstrijden geschiedt op

volgorde van voor het E.K.-geselecteerde rijders.

Artikel 19: Protesten

Protesten moeten schriftelijk met een officieel formulier - verkrijgbaar op de jurybus - bij de

wedstrijdleiding op de wedstrijddag worden ingediend tot maximaal 30 minuten na afloop van de

laatst verreden manche. Protest indienen is voorbehouden aan: deelnemers, MON-officials en

bestuurders van de organiserende vereniging. Voor minderjarigen kunnen protesten worden

ingediend door ouder of voogd. Protesten betreffende gedragingen van collega-coureurs tijdens

de wedstrijd dienen door de benadeelde deelnemer zelf te worden ingediend.

Protesten tegen cilinderinhoud dienen te worden ingediend met een borgsom van: 70,00 per

geval voor tweetaktmotoren; 115,00 per geval voor viertaktmotoren.

Het losmaken van de cilinderkop dient door of in het bijzijn van de deelnemer plaats te vinden

onder toezicht van een door beide partijen te aanvaarden deskundige op de dag van de wedstrijd

na de laatste manche.

Blijkt na opmeting dat het protest ongegrond is dan wordt de borgsom van 70,00 of 115,00

aan de bezitter van de machine uitgekeerd; in het andere geval wordt de borgsom gerestitueerd.

Medewerking weigeren leidt automatisch tot toewijzing van het protest.

Op constatering van overschrijding van de cilinderinhoud volgt diskwalificatie.

Voor toegestane tolerantie; zie artikel 9.

Artikel 20: Gedragingen

A. Het is verboden voor startbewijshouders om zonder schriftelijke toestemming van vereniging

MON deel te nemen aan een wedstrijd die niet onder auspiciën van vereniging MON wordt

georganiseerd.

16

Deelname aan clubwedstrijden, ook door niet vereniging MON- aangesloten clubs georganiseerd,

is toegestaan als er voor de vereniging MON- startbewijshouder op die dag geen startgelegenheid

is. B. Rijden of aanduwen van de machine buiten het circuit is verboden, alsmede het rijden op niet

verzekerde motoren, en motoren die niet voor de wedstrijd worden gebruikt.

C. Het wisselen van machine of bakkenist tijdens de manche, serie of finale is niet toegestaan.

D. Niet-deelnemers mogen zich tijdens de wedstrijden niet tussen de dubbele afzetting of op

andere verboden plaatsen bevinden.

E. Tijdens het rijden mag geen kauwgom worden gebruikt.

F. Het is deelnemers verboden alcohol, drugs of doping te gebruiken voor en/of tijdens de

wedstrijden.

G. De start- of trainingsbewijshouders dient zich bij alle activiteiten zo te gedragen dat de

belangen van vereniging MON, de verenigingen en de motorsport in het algemeen niet worden

geschaad.

H. Het is ten strengste verboden te rijden in het rennerskwartier voor: scooters, minibikes,

bromfietsen en dergelijke.

Rijders van betreffende overtreders worden hiervoor aansprakelijk gehouden.

I.

Een start- of trainingsbewijshouder kan voor de gedragingen van zijn / haar supporter (s)

helper (s) aansprakelijk worden gesteld.

J.

Wanneer een zijspanrijder zijn bakkenist verliest is hij verplicht te stoppen, hij die zonder

bakkenist wordt afgevlagd wordt niet geklasseerd.

K. De deelnemer is verplicht de wedstrijd te hervatten op de plaats waar de baan werd verlaten,

L. Motoren mogen uitsluitend afgespoten worden op de door de organiserende club aangegeven

plaats en volgens de regelgeving van de club.

M. Het is ten strengste verboden milieu belastende stoffen op het circuit / rennerskwartier te

morsen of achter te laten.

N. Moedwillig hinderen, onverantwoordelijk rijgedrag, of overgaan tot handtastelijkheden wordt

minimaal bestraft met diskwalificatie.

O. Rijders welke door middel van de zwarte vlag uit de wedstrijd genomen worden zullen voor

betreffende manche uit de tijdwaarneming genomen worden.

P.

Rijden in tegengestelde richting wordt bestraft met uitsluiting: bij pech moet de motor achter

de dubbele afzetting worden geplaatst.

Q.

Kan een rijder niet meer deelnemen, is deze verplicht dit bij de wedstrijdleider en/of

administratie te melden.

Artikel 21: Straffen

Straffen worden opgelegd door de strafcommissie.

17

Straffen opgelegd door de vereniging worden door vereniging MON gerespecteerd.

Beroep instellen:

Indien men bezwaar heeft tegen de door de Strafcommissie opgelegde straf kan dat alleen

schriftelijk.

Dit kan alleen met het daarvoor bestemde verweerschrift, ondertekend door het

verenigingssecretariaat binnen 14 dagen na dagtekening van het schrijven waarin de straf is

bekendgemaakt.

Indien men beroep heeft aangetekend dan heeft dit geen schorsende werking van de straf tenzij

op verzoek van de indiener het hoofdbestuur anders mocht beslissen.

Over uitsluiting van deelname op de dag van de wedstrijd beslist de wedstrijdleiding en/ of

hoofdbestuur.

Opgelegde straffen gelden voor alle vereniging MON wedstrijden en alle klassen.

Schorsingen gaan in op de door de strafcommissie vastgestelde datum.

Artikel 21A: Rijden in het rennerskwartier

Het is te allen tijde zonder uitdrukkelijke toestemming van de vereniging MON wedstrijdleiding

verboden om buiten het circuit of uitgezet parcours dan wel baan te rijden met draaiende motor

Bij constatering volgt uitsluiting van deelname voor de rest van de dag, verwijdering uit de

uitslag van die dag en onvoorwaardelijke schorsing van 1 wedstrijd.

Artikel 22: Aanvullend reglement Jeugdcross

1. Klassen.

a. 50 cc minimotoren;

b. mini-quad automaten;

c. mini-quad variomatic;

d. 65 cc minimotoren;

e. 65 cc versnellingen kleine wielen;

f. 65 cc versnellingen grote wielen;

g. 85 cc mini B;

h. 85 cc mini A;

i. 85 cc grote wielen;

j. 125 cc;

k. Veteranen: voor de bekerverdeling in deze klasse zal iedere startbewijshouder door de

sportcommissie worden gekwalificeerd als inter, nationaal, senior,- of juniorrijder.

De organisator heeft de keuze om - na goedkeuring van de sportcommissie, maximaal 1 van

de volgende klassen toe te voegen;

l. Clubklasse;

m. Liefhebbersklasse;

2. Cilinderinhoud.

De cilinderinhoud per klasse bedraagt:

* klasse 50 cc mini motoren : tot en met 49,9 cc;

* klasse mini-quad automaten : tot en met 49,9 cc;

* klasse mini-quad variomatic : 51 t/m 88cc ; viertaktmotoren 125cc

* klasse 65 cc : 50 tot en met 65 cc ; viertaktmotoren 90 cc (1)

* klasse 85 cc : 66 tot en met 85 cc ; viertaktmotoren 125 cc (1)

* klasse 125 cc : 86 tot en met 125 cc; viertaktmotoren t/m 250 cc

(1) bij viertaktmotoren is de indeling afhankelijk van de wielmaten

Tolerantie is niet toegestaan. De Yamaha PW 85 motoren in een originele uitvoering worden bij

de klasse 65 cc versnellingen ingedeeld.

Aangepaste PW 85 motoren worden bij de klasse 85 cc mini B geplaatst.

18

Dit artikel wordt strikt nageleefd, waarbij de cilinderinhoud bepalend is voor de indeling. 3. Deelname.

- In de klasse l: met vereniging MON-startbewijs van de organiserende vereniging;

- In de klasse m: met vereniging MON-trainingsbewijs;

- In de overige klassen alléén met vereniging MON- (introductie) startbewijs voor deze klasse

of met een afvaardiging van een bij IMBA aangesloten bond.

4. Leeftijden.

50 mini : 06 t/m 07 jaar; #

mini-quad automaten : 06 t/m 08 jaar; #

mini-quad variomatic : 08 t/m 13 jaar;

65 cc automaten : 07 t/m 09 jaar;

65 cc versnellingen : 08 t/m 10 jaar;

85 cc mini : 10 t/m 13 jaar;

85 cc hoog : 12 t/m 15 jaar;

125 cc : 13 t/m 17 jaar.

# Rijders die voor de eerste keer een start- of trainingsbewijs aanvragen in deze klasse dienen een

uittreksel uit het bevolkingsregister in de dienen samen met de aanvraag.

Peildatum bij maximumleeftijd jeugdrijders is: 1 januari van het lopende kalenderjaar.

Als kinderen een bepaald lichaamsgewicht/lengte hebben bereikt, dan is het mogelijk dispensatie

aan te vragen bij het hoofdbestuur.

5. Inschrijftijden wedstrijden.

Inschrijftijd het gehele jaar 08.00 09.00 uur.

Afwijkende inschrijftijden dienen tijdig in het bondsblad bekend gemaakt te worden door de

organisator.

6. Wedstrijdindeling.

Het programma wordt overeenkomstig het onder 1 vermelde klassenbestand afgewerkt; per

klasse worden per wedstrijd 2 manches verreden.

Wijziging in de volgorde der klassen of samenvoegen van klassen is voorbehouden aan de

wedstrijdleiding.

7. Rijtijden.

Klasse a, b: 10 minuten exact, (er wordt geen klassement opgemaakt )

Klasse c, d, e, f: 10 minuten + 1 ronde;

Klasse g, h, i: 12 minuten + 1 ronde;

Klasse j: 15 minuten + 1 ronde;

Klasse k, l , m: 12 minuten + 1 ronde;

8. Nummerborden.

* Alle klassen nummerbord zwart + cijfer wit;

* Klassen k en l nummerbord zwart + cijfer wit of;

nummerbord groen + cijfer wit of;

nummerbord wit + cijfer zwart of;

nummerbord geel + cijfer zwart.

(Veteranen volgens. classificatie door de sportcommissie, zie art 22, sub 1k) .

9. Maten motoren

Wiel- en bandenmaten: Minimaal: Maximaal:

- 50 cc mini automaten : voor 10 inch, achter 10 inch voor: 12 inch, achter 10 inch

- mini-quad automaten : voor 6 inch, achter 6 inch voor: 8 inch, achter 8 inch

19

- mini-quad variomatic : voor 8 inch, achter 8 inch voor:10 inch, achter 10 inch

- 65 cc automaten : voor 14 inch, achter 12 inch voor 14 inch, achter 12 inch

- 65 cc kleine wielen/ viertakt 90cc : voor 14 inch, achter 12 inch voor 14 inch, achter 12 inch

- 65 cc grote wielen / viertakt 90cc : voor 15 inch, achter 13 inch voor 17 inch, achter 14 inch

- 85 cc minimotoren/ viertakt 125cc : voor 17 inch, achter 14 inch voor 17 inch, achter 14 inch

- 85 cc grote wielen / viertakt 125cc : voor 18 inch, achter 15 inch voor 19 inch, achter 16 inch

- 125 cc : voor 21 inch, achter 18 inch voor 21 inch, achter 19 inch

Het verschil in wielmaat tussen het voor- en achterwiel mag niet meer bedragen dan drie inch.

Er is geen maximale balhoofdhoogte.

Technische gegevens mini-quad variomatic:

1: alleen luchtgekoelde motoren zijn toegestaan

2: afmetingen: maximale breedte: 1.05 meter; maximale wielbasis: 1.05 meter

10. Promotie / degradatie.

In de klasse g is het mogelijk te promoveren.

Promotie is verplicht van 85 cc mini B naar 85 cc mini A, als een rijder in een seizoen 300

punten behaald heeft of als een rijder drie opeenvolgende wedstrijden wint.

Per manche krijgen de eerste tien geklasseerden promotiepunten: de winnaar krijgt 30 punten,

nummer twee 27 punten, enz. (zie verder artikel 17).

Degradatie is mogelijk van 85 cc mini A naar 85 cc mini B, als de klasse 85 cc A 25 of meer

startbewijshouders telt.

Daartoe wordt dan de rijder met het minste aantal kampioenspunten aangeschreven door de

Jeugdcommissie.

11. Kampioenschappen.

Startopstellingen kampioenswedstrijden volgens stand kampioenschap, zie art 12.

Voor het bepalen van de netto eindstanden telt ¾ van het aantal verreden manches, afgerond tot

op helen naar boven.

De klassen c, e, f, h, i, en j rijden om het kampioenschap van Nederland.

Voor het kampioenschap tellen alle wedstrijden, die in de perio de van 1 april t/m 31 oktober

verreden worden. Met uitzondering van de vooraf door de A.L.V. vastgestelde vakantieperiode.

Puntentelling: volgens artikel 15 en artikel 16 van dit reglement.

12. Tijdwaarneming

De tijd- en klasseringsopname gebeurt zo mogelijk met behulp van transponders.

Het is verplicht gebruik te maken van persoonlijke transponders met uitzondering van de 50cc

mini solomotoren, de miniquad automaten en de klasse Liefhebbers. Zie verder artikel 10A.

13. Diversen.

a. Helmen gespoten of geverfd in strijd met de bij de helm behorende voorschriften, zijn

verboden.

b. Startbewijshouders in de klasse 125 cc jeugd die 15 jaar en ouder zijn mogen bij

thuiswedstrijden (georganiseerd door de club vermeld op het startbewijs) deelnemen in een

Juniorenklasse. De organiserende vereniging dient hiervoor tijdig toestemming en een

startnummer bij vereniging MON aan te vragen.

c. Jeugd startbewijshouders kunnen geen 2e startbewijs hebben m.u.v de 125 cc jeugdklasse,

Startbewijshouders vanaf 15 jaar in deze klasse kunnen een 2e startbewijs aanvragen.

zij komen bij deelname niet in aanmerking voor kampioenspunten maar kunnen wel deelnemen

voor het dagklassement.

20

Startbewijshouders van de 125cc Junioren en 125cc Senioren die een 2e startbewijs hebben in de

klasse 125cc jeugd, nemen deel buiten mededingen als zij gebruik maken van hun 2e (of

volgende) startbewijs.

d. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, is het motorcrossreglement van

vereniging MON van kracht.

Artikel 23: Algemene bepalingen

a. Clubwedstrijden zijn wedstrijden waaraan start en trainingsbewijshouders van

vereniging MON mogen deelnemen waarvan de naam van de organiserende vereniging

op het start en traningsbewijs is vermeld.

Daarnaast is deelname toegestaan voor vereniging MON start en

trainingsbewijshouders van omliggende leden binnen een straal van 30 kilometer.

b. Wordt na de inschrijving afgezien van deelname dan is men verplicht zich met startbewijs af te

melden bij de wedstrijdadministratie. Wil men na de afmelding alsnog deelnemen, dan moet

men zich persoonlijk met startbewijs opnieuw aanmelden.

c. Indien de wedstrijd niet kan worden voortgezet dan dient de machine direct buiten de

afzettingen te worden geplaatst.

d. Wanneer voor een bepaalde klasse een afmeldplicht is ingesteld, dan is deze officieel en

kunnen maatregelen - voorzien in dit reglement - worden genomen.

e. Afhalen van premies geschiedt uitsluitend door de rechthebbende op vertoon van zijn

startbewijs tot maximaal 20 minuten na afloop van de laatste manche van zijn klasse.

Niet afgehaalde premies kunnen worden opgevraagd bij het bondsbureau tot uiterlijk

3 maanden na de betreffende wedstrijd. Er wordt dan 2,50 adm.kosten in rekening gebracht.

f. Alle aanwijzingen van officials dienen stipt te worden nageleefd.

g. Startbewijshouders verklaren door ondertekening van het aanvraagformulier kennis te hebben

genomen van de reglementen en zich er strikt aan te houden.

h. Tijdens de manche, serie of herkansing mag niet van motor worden gewisseld.

i. Vereniging MON erkend geen enkele aansprakelijkheid voor schade zowel materieel als

immaterieel, opgelopen tijdens de wedstrijden.

j. Levert een rijder het startbewijs in, of wordt er gereden zonder toestemming van vereniging

MON bij een andere bond, dan vervallen alle rechten verbonden aan het startbewijs.

k. Als een rijder na afloop van de wedstrijd zijn behaalde beker niet persoonlijk afhaalt tijdens de

prijsuitreiking dan kan hierop later geen aanspraak meer gemaakt worden.

l. De aanwezigheid van loslopende huisdieren op circuit en rennerskwartier is ten strengste

verboden.

m. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding en/of het

hoofdbestuur.

Wijzigingen en /of aanvullingen worden gepubliceerd in het officiële bondsorgaan

MOTORSPORTNIEUWS .

21

T.b.v. de navolgende evenementen zijn er speciale cq. aanvullende reglementen:

- wedstrijden voor het Europees Kampioenschap;

- grasbaanwedstrijden;

- indoorcrossen;

- Off the road wedstrijden;

- Bromfietscrossen;

- Paas pinkstertrofee;

- CRT motorsportreglement;

- CSH speedwayreglement;

- Supermotoreglement.

Reglementen en/of aanvullende reglementen zijn op aanvraag te verkrijgen op het bondskantoor.

Vereniging MON

Bezoekadres: Veldweg 15a

Postadres: Postbus 341

5430 AH Cuijk

Telefoon: (0485) 31 50 80 / 31 58 10

Fax: (0485) 31 45 35

E-mail MON : info@monederland.nl

Website Vereniging MON : www.mon.nl  en www.motocross.nl

Website IMBA : www.IMBA-MX.com

U kunt zich voor verdere informatie ook altijd tijdens de wedstrijden tussen 14.00 15.00 uur

vervoegen op de jurybus.