Springen

1. WEES NIET BANG VAN SPOREN
Als de baan vol met sporen zit, zullen veel rijders erlangs proberen te rijden, omdat ze denken dat het sneller is. Fout! Val het spoor aan. Hou het voorwiel licht door naar achter te gaan hangen en geef gas. Kijk voorbij het spoor en niet erin, want dit zal je uit balans brengen.

2. BLIJF VAN DE ACHTERREM AF
Het aantikken van de achterrem in de lucht om je voorwiel naar beneden te krijgen was trendy enkele jaren geleden, maar je zou moeten leren om je voorwiel naar beneden te krijgen met je lichaam. Het aantikken van de achterrem kost je iedere keer enkele milliseconden, omdat je de voorwaartse snelheid elke keer moet terugwinnen.

3. SNELHEID INSCHATTEN
Er is geen enkele reden om een springbult perfect recht te benaderen. Bij licht schuin houden van de motor bij het oprijden, kan je de motor platter over de bult krijgen, waardoor je lager springt en de tijd dat je in de lucht hangt verkleint. Deze techniek helpt ook om de bult sneller te benaderen, maar zorg ervoor dat je genoeg snelheid mindert om niet te ver over de bult te springen.

4. MEER HOOGTE
Als er een bult ligt net achter een korte bocht, gebruik je achtervering dan om je te helpen hoger te springen. Blijf zitten op je motor, leun een beetje achterover en wees klaar voor de rebound van de achterschokker om je omhoog te duwen. Dit vraagt wel enige oefening.

5. REMMEN OP BULTEN
Als je compleet zeker bent van een bult, kan je hem sneller nemen en er lager over gaan. Benader de bult sneller dan normaal en rem op de schuine kant zodat je er met dezelfde snelheid over gaat, je zal zien dat je niet zo hoog gaat als ervoor maar dat je rondetijd naar beneden gaat.

6. GEEN GRIP IN DE LUCHT
Het is een oud gezegde maar het is waar: je hebt geen grip in de lucht. Het loont de moeite om zo snel mogelijk terug op de grond te zijn zodat je weer op het gas kunt. Ver en hoog springen loont meestal niet, op de grond ben je in de meeste gevallen sneller.

7. KIJK EN LEER
Als er een moeilijke sprong is op de baan, kan je zelf bedenken hoe je die moet nemen bij het bekijken ervan. Zoek iemand van je eigen kunnen die hem wel springt, luister naar zijn motor en bedenk hoeveel gas je moet geven. Kijk naar zijn lichaam om te zien hoe hij over de bult komt.

8. BULTJE VOOR DE BULT
Als het circuit er slecht bij ligt, liggen de springbulten er meestal ook slecht bij. Als de bulten aan de voorkant kapot gereden zijn, zoek dan een klein bultje net voor de springbult en gebruik dat om over het slechte stuk heen te springen, en spring dan de bult.

9. OPSCHAKELEN
Je wil niet halverwege een reeks whoops zijn als je motor geen vermogen meer levert of je tegen de toerbegrenzer zit. Zorg er altijd voor dat je de motor een versnelling hoger zet voor de whoops als je ze niet in 1 keer kan springen.

 

nog een tip   KLIK HIER en mail hem door.